Publicaties Interventies

Interventies

Interventies over taalgebruik

Interventies over ordening scheppen 

Bobo

Het begrip ‘Concept’

Conceptuitingen: Eén-, twee- en driedimensionale mensen

Conceptuitingen: Kevers, vlinders en bijen

Conceptovereenkomsten bij IMET-cliënten

Interventie ‘De belangrijkste mens’

Interventie 'Scheiding in grootheden'

Interventie ‘Onderdeel van de samenleving’

Alles gebeurt in het brein

 

Interventies over taalgebruik

Deze interventies zijn afgeleid van NLP (Neuro-linguistisch programmeren), en hebben te maken met de invloed van taalgebruik op het brein en hoe dit het gedrag kan beïnvloeden.

Alles is terug te voeren tot een idee en het leuke van ideeën is dat je ze veranderen kunt. Zo kunnen we betekenissen van woorden tot ideeën maken en deze ideeën veranderen. Het begrip ‘fout’ hebben we geleerd te ervaren als een negatieve beleving. Het is een beschuldiging geworden. “je hebt het fout gedaan”, of “je hebt een fout gemaakt”. Verander het idee van de ‘fout’ in: ”Het is anders gegaan dan je wilde”. De veroordeling is weg. Het is een neutraal proces geworden dat geanalyseerd kan worden. Wat is er anders gegaan en wat wilde je? En wat je wilde, was dat wel het juiste? Waren de voorwaarden wel allemaal aanwezig en wilde je wel wat op dat moment mogelijk was? Zou het op een andere manier beter gaan? Je kunt elk onderdeel van de activiteit opnieuw bezien en bijstellen. Het proces van beschuldigingen is veranderd in een leermoment. Zo hebben we bij de Mentaal-Emotieve Training vele kleine, maar ingrijpende interventies. En ook grote, die een half uur of langer in beslag nemen.

Probleem

Taalkundig geldt ditzelfde ook voor het begrip ‘probleem’. Problemen worden bedacht. Het zijn gevolgen van onvoorziene omstandigheden van buitenaf Externe Lotsbepalers of dingen zijn niet gegaan zoals je het wilde. Het begrip ‘probleem’ ontneemt je actuele stuurkracht, heeft een verlammende invloed. Een ‘probleem’ is negatief en heeft de bijsmaak van ernstig en niet oplosbaar. Het ontneemt kracht en initiatieven. Verander het begrip in ‘uitdaging’. Een ‘uitdaging’ maakt strijdlustig, roept het doel van overwinning op. Het geeft kracht en inspiratie.

Verwachting

Een derde woord is ‘verwachting’. Verwachtingen zijn vaak een mix van realiteit en onvoldoende  onderbouwde voorstellingen van beoogde resultaten. Er zit een grote dosis wenselijkheid in die ver door kan gaan in details. Een ‘ver-wachting’ is eigenlijk het wachten op iets dat ver van de werkelijkheid staat. Het woord wil graag de betekenis: ‘weten’ vervangen, maar kan dat niet. Een verwachting benadrukt juist het niet-weten, maar er wel op rekenen dat het de werkelijkheid weergeeft. Vooral het ‘wachten’ geeft iets passiefs aan. Verander het begrip ‘wachten’ en ‘verwachten’ in het begrip ‘ervoor zorgen’ of het stellen van een doel. Dit activeert. Maak je geen zorgen, maar zorg ervoor dat datgene gebeurt wat je wilt dat gebeurt.

Voornemen

Een voornemen is vaag. Maak er een ‘besluit’ van. Dat is concreet. En zelfs als je het besluit niet kan nakomen kun je weer analyseren waarom het niet gelukt is.

Andere woorden

Verder kennen we ook de niet adequate woorden:  ‘willen’, ‘proberen’, ‘hopen’, en ‘zoeken’. Waarom ‘willen’ en ‘proberen’? ‘Doe’ het! ‘Willen’ is een eindeloze opdracht. En het brein moet die opdracht uitvoeren. Je moet dus blijven willen. Door het te doen voldoe je niet aan die opdracht, want het eindigt. ‘Proberen’ is een vrijbrief op voorhand om iets niet te laten lukken. En ‘hopen’ is de stuurkracht buiten je leggen. Soms is de erkenning daarvan terecht: “ik zal de beste sollicitatiebrief schijven die ik ooit geschreven heb, en ik hoop dat er niemand is die deze overtreft”. ‘Zoeken’ is ook weer net als ‘willen’ een eindeloze opdracht. Het vinden verstoort de opdracht tot zoeken. Geef de opdracht om iets te vinden of om te zoeken en te vinden.

‘Afvallen’ en ‘aankomen’ in gewicht zijn ook zo vaag. Het zijn weer eindeloze opdrachten. Wees concreet en noem het doelgewicht. Het concretiseren nodigt uit om verder te concretiseren: hoe, wanneer, waarmee, met steun van wie, en wat zijn de gevolgen? Hoe reëel is de acceptatie van de gevolgen?

 

Interventies over ordening scheppen 

Mensen kunnen veel meemaken voordat ze in een identiteitsstoornis terechtkomen. Dat hoeven geen trauma’s te zijn. Vaak gaat het om een groot aantal ketens van ontkenningen uit de samenleving. Als iemand ook nog eens erg gevoelig is (bovenmatig sensitief), een sterke persoonlijkheid is, over een bovengemiddelde intelligentie beschikt, en vindt dat alles compleet en in harmonie en kloppend moet zijn, dan is aan alle voorwaarden voldaan om een diepgewortelde zelfontkenning te ontwikkelen van waaruit een identiteitsstoornis ontstaat. Er ontstaat een innerlijk conflict in de persoon tussen chaos en zelfontkenning enerzijds en anderzijds alle kwaliteiten die in de oorspronkelijke vermogens liggen.

Tel al die hier genoemde argumenten maar bij elkaar op en zoek naar de compleetheid, de harmonie en kloppendheid. Dan begrijp je pas de complexiteit van de persoon en de veelzijdige behandeling die noodzakelijk is.

Het zeer genuanceerd georiënteerde onderbewuste van de persoon is vaak lange tijd door de persoon zelf ontkend en niet tot praktische ontwikkeling gekomen. De leerprocessen, aangeboden uit de samenleving, hebben de oorspronkelijke detailleringen samengevoegd tot kunstmatige hapklare brokken. Deze brokken missen de oorspronkelijke eigen structuur van de persoon. Om toch antwoorden te kunnen geven, organiseert de persoon allerlei beperkingen en dwangmatigheden in zijn beleving en in zijn gedrag. Hierdoor raakt de persoon gedesoriënteerd ten opzichte van zichzelf en de samenleving.

Een van de eerste activiteiten die daar een oplossing in kunnen bieden is het ordenen van de chaos in te onderscheiden en te nuanceren factoren. Factoren zoals: Actie en non-actie. Het hier en nu, het verleden en de toekomst. Ik en de ander. Moeten en niet mogen versus mogen en niet hoeven. Het eigen domein en het beschermen daarvan. Het verschil tussen wie de cliënt is en zijn of haar gedrag. Wenselijkheid en werkelijkheid. Willen, hopen, ervoor gaan of doen. Daarnaast de bewustwording en de ordening van ‘het zelf’, de ‘ik-versterking’. De vraag en de onderbouwing van het antwoord: “Wie is voor jou de belangrijkste mens op de hele wereld? Wie staat centraal in jouw wereld?” De ik-versterkende ‘Peggy Claude-Pierre interventie’. De levensscripts en de functies van scriptschrijver, regisseur, producent en acteur. Onderdrukken en vasthouden. De positie van de persoon in de samenleving: Inspirator, motivator, leider, volger, hekkensluiter. Doener, denker, voeler. De verschillende regisseurs die je in jezelf kunt ontwikkelen. Winnaar/veroveraar of slachtoffer en verliezer. Voor al deze onderwerpen zijn interventies ontwikkeld.

 

Bobo       
Er was eens, lang geleden …

Eens, heel lang geleden was er een man, genaamd Bobo. En deze man ontdekte de werkelijkheid: Hij was belangrijk! Hij was de belangrijkste mens op de hele wereld! En hij dacht na over hoe hij die ontdekking vorm kon geven. Dat kon alleen als anderen zijn ontdekking bevestigden. Hij kleedde zich in mooie pelzen en tooide zich met dierschedels, hoorns en veren. Hij vervolmaakte zijn belangrijkheid door steeds twee knotsen te dragen. Toen riep hij zijn buren bij elkaar en vroeg wie van hen hem belangrijk vond. Twee mensen aarzelden even, en hij sloeg ze ogenblikkelijk met zijn knuppels dood. Hij riep opnieuw wie hem belangrijk vond en iedereen begreep dat hij echt belangrijk was.

De man keek om zich heen en wees vijf grote sterke mannen aan. “Ik ben de belangrijkste mens op de hele wereld. Ik deel de wereld in vijf delen en jullie vijf dienen alleen mij. Jullie zijn nietig en ik ben alles. Jullie zorgen ieder voor een deel van de wereld. Ik ben de keizer en jullie zijn mijn koningen.” Daarop trok hij zich terug. En de vijf koningen wezen ieder ook vijf sterke mannen aan en zij zeiden elk: “Ik ben na de keizer de belangrijkste mens op de hele wereld. Jullie zijn nietig en ik ben alles. Ik ben de koning en jullie zijn mijn vazallen.” En de vazallen herhaalden het ritueel met meer onderdanen en zij noemden die de graven. En de graven waren weer nietig ten opzichte van de vazallen, en de graven benoemden de heren en de heren benoemden hun hofhouding. En zo ging de keten door tot aan de horigen en slaven. En de slaven vonden het onverteerbaar dat zij helemaal onder in de rangorde zaten. En ze keken om zich heen en zagen hun kinderen. En ze riepen hun oudste zoon bij zich en zeiden dat deze nietig was, helemaal niets voorstelde zonder zijn vader. En de oudste zoon ging naar zijn broertjes en zussen toe en zei hen dat ze nietig waren en niets zonder hem. Dat ze hem moesten dienen. En het jongste kind werd ondergeschikt aan al zijn oudere broers en zussen. En hij keek om zich heen en zag zijn konijn. En hij zei tegen het konijn. “Jij bent nietig. Jij bent niets zonder mij. Zonder mij ga je dood, want ik geef je iedere dag eten.” En iedereen leerde dat hij nietig was, alleen de keizer was volwaardig en volledig.

Duizenden generaties lang hield deze hiërarchie stand. En volwassenen, koningen en slaven, voedden hun kinderen op dat die nog nietiger waren dan de ouders.

Zo ontstond de misvatting van de nietigheid van de mens als individu; de leugen, die de mensen die daar zelf slachtoffer van waren, toch nog enig gezag kon geven.

De werkelijkheid is dat niemand anders is dan de keizer. Dat iedereen voor zichzelf de belangrijkste mens op de hele wereld is, en dat van nietigheid geen sprake is. Het nietigheidsbesef wordt in stand gehouden door onderdrukking, frustraties en aanpassingen. Ergens loopt een kuiken rond dat ontdekt dat zijn onderdrukking niet eerlijk is: “Want zij zijn groot en ik is klein, en dat is niet eerlijk”.

Wij lijden collectief aan het ‘Calimerosyndroom’.

Wat is de reden dat we ons doorlopend laten onderdrukken door voorgangers, hoger geplaatsten of zelfs door gelijken? Indoctrinatie? Genetische erfelijkheid? De zekerheid en veiligheid van het conformisme? Het roedeldier in ons? Luiheid om zelf eens na te denken? Of wellicht een combinatie daarvan?

Wat het ook moge zijn, we zijn niet nietig! 

 

Het begrip ‘Concept’

Het begrip identiteit wordt in de samenleving gehanteerd als dat deel van een persoon waarin deze voor bekenden herkenbaar is. Meestal gaat het dan om een uiterlijke waarneembaarheid. Het begrip identiteit wordt ook wel als de kern van iemands wezen benoemd. Bij de Mentaal-Emotieve Training (MET) noemen we deze laatste vorm iemands concept.

Iemand wordt met een concept geboren; de unieke structuur van de persoon. Dit concept ligt in diens onderbewuste verborgen. Het concept is een samenwerkingsproces van te onderscheiden kwaliteiten. Zolang er geen mechanische hersenbeschadiging optreedt, zal dit concept nooit veranderen. Het kan wel in het onbewuste ingekapseld worden, waardoor het niet meer bereikbaar is voor de persoon zelf, en ook geen uitwerking meer heeft op diens gedrag. De Mentaal-Emotieve Training richt zich op het weer voor de persoon bereikbaar maken van dit concept. Daardoor zal diens gedrag weer passend worden bij zijn oorspronkelijke vermogens en verdwijnt de klacht. Bij een onbereikbaar concept zal de persoon in zijn overlevingsstrategie terechtkomen en compensatiegedrag en vervangende doelen gaan ontwikkelen. Angst-, dwang- en eetstoornissen zijn hiervan de uitingsvormen.

Uit: ‘Handboek Mentaal-Emotieve Training’

 

Conceptuitingen: Eén-, twee- en driedimensionale mensen

We kunnen de kenmerken van mensen in talloze groepen indelen. In de Mentaal-Emotieve Training onderkennen we onder andere het onderscheid tussen de één-, de twee- en de driedimensionale mensen.

De Eendimensionale mens kenmerkt zich door eigen onnadenkendheid en uit zich in veralgemeende oneliners en het echoën van wat anderen eerder gezegd hebben.
De Tweedimensionale mens neemt het voor de hand liggende waarneembare waar en neemt daar genoegen mee. Meestal betreft het datgene dat zichtbaar is, dat wat logisch is of vertrouwd. Onder hen zijn veel hoog opgeleide, intelligente en goed gestructureerde mensen te vinden.
De Driedimensionale mens neemt niet alleen het direct waarneembare waar, maar het waargenomene roept automatisch vragen op over de achtergronden, de betekenis en de doelstellingen van het waargenomene.

De meeste cliënten van IMET zijn driedimensionale mensen die opgegroeid zijn in een cultuur van voornamelijk één- en tweedimensionale mensen.

Uit: ‘Handboek Mentaal-Emotieve Training’

 

Conceptuitingen: Kevers, vlinders en bijen

Naast de één-, twee- en driedimensionale mensen is vanuit hun waarneming en het daarop gebaseerde gedrag nog een andere indeling te maken. We kunnen mensen indelen in vijf groepen:

De Kever concentreert zich op een enkel ding of op een beperkt aantal zaken gelijktijdig. Zij ziet alleen de onderlinge relaties met andere dingen als deze onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn en zij die relaties ook als onverbrekelijk ervaart.

De Vlinder concentreert zich niet op één facet maar op een grote groep facetten die niet voor iedereen direct herkenbare en logische relaties met elkaar onderhouden. De belangrijkste kwaliteit van de menselijke ‘vlinder’ is de ogenschijnlijk willekeurige kruisbestuiving van ogenschijnlijk willekeurige facetten uit de samenleving.

De Bij is doelgericht. Kijkt ver vooruit en ver om zich heen. Is alert op kansen. Net als de vlinder zorgt zij voor kruisbestuivingen. Zij is minder impulsief dan de vlinder en omvat een groter blikveld dan de kever. Zij verplaatst zich snel en doelmatig. Doet haar werk en keert terug naar haar basis.

De zwerm vlinders kan gelijktijdig op verschillende bloemen zitten, terwijl andere delen zich van hun bloem verplaatsen naar een andere bloem. Deze mensen verbinden gelijktijdig alles met alles, in een schijnbaar onbegrensd gebied van werkelijkheid, visie en fantasie.

De zwerm bijen werkt steeds doelgericht, op zoek naar kansen en mogelijkheden vanuit een veelzijdige waarneming en uitvoering.

De samenleving kent aanzienlijk meer kevertjes dan bijtjes en vlinders. Voor deze menselijke vlinders en bijtjes is communicatie met kevertjes moeilijk. De kevertjes op hun beurt kunnen hen ook niet makkelijk volgen. De zwerm vlinders of bijen is bijna niet met gangbare argumenten te volgen en te vangen. Toch kom je ze tegen in hogere opleidingen, maar ze bereiken zelden de hoogste functies. Het zijn vaak creatieve mensen die hun tijd soms ver vooruit zijn. Het zijn visionairs, sterke solisten en autonomen.

Uit: 'Handboek Mentaal-Emotieve Training’

 

Conceptovereenkomsten bij IMET-cliënten

Bijna alle cliënten met een identiteitsstoornis die IMET behandelt hebben overeenkomstige conceptkwaliteiten. Het lastige is dat deze kwaliteiten goed verpakt zitten en conflicteren met de normen en waarden die de samenleving bij hen heeft geïndoctrineerd. Deze normen en waarden zijn bijvoorbeeld: ‘Je moet naar mij luisteren’, ‘Doe gewoon en niet zo ingewikkeld’,  ‘Presteer wat ik en de samenleving je opdragen’, ‘Je stelt niets voor, neem een voorbeeld aan mij en anderen’, ‘Je hebt het recht niet om een ander te kwetsen’.

Tegenover deze maatschappelijke normen en waarden staat de eigenheid van de persoon: diens ‘concept’. Het Concept is een samenwerkingsproces van te onderscheiden kwaliteiten. De typische IMET-cliënt is een veroveraar, autonoom, winnaar zonder verliezers nodig te hebben. Deze mensen zijn tolerant, hebben een grote stuurkracht, een sterke eigen-wijsheid. Ze zijn denkers, voelers en doeners. Vaak zijn ze in staat zowel vanuit een groot overzicht te beleven als vanuit details. Ze zoeken de compleetheid en alles moet kloppend zijn. Alles in hen richt zich op de congruentie van hun zijns-kwaliteiten.

De moeilijke situatie waarin zij zich bevinden is dat de normen en waarden van de samenleving die zij geleerd hebben niet met deze kwaliteiten overeenkomen, sterker nog: daaraan strijdig zijn.

Er is een conflict ontstaan tussen de drijfveren van de persoon en het gedrag dat wordt geëist; tussen de sterk genuanceerde instelling van het persoonlijke concept en de aangeleerde vereenvoudigde toepassing in het gedrag.

De oplossing ligt in het weer ‘uitpakken’ van de kwaliteiten van het logische aangeboren concept. Door dit voor de persoon weer toegankelijk te maken ontstaat een logische verandering, die de persoon weer een ontspannen thuisgevoel geeft.

Er heerst een misvatting over veranderingen: Veranderen is het aanleren van iets nieuws en het afleren van het oude. Maar klopt dat wel? Als ik van lichaamshouding verander door van een zittende in een staande houding over te gaan, moet ik dan de zittende houding afleren? Als ik vanuit de zandbak naar school ga en taal en rekenen leer, moet ik dan het spelen in de zandbak afleren? Nee. Veranderen is motiveren in vooruitgang; in vernieuwing en vermeerdering van mogelijkheden. Waarom zou je anders veranderen? Natuurlijk, soms slaat het lot toe en overkomt ons iets wat we niet willen. Mmaar moeten we dan het oude loslaten, of is dat een logisch gevolg in het proces? Afleren heeft een negatieve bijklank. Maak van de verandering een verovering en een winstfactor. Ook al heeft het noodlot toegeslagen.

De meeste mensen met een vanuit de cultuur van de samenleving ontwikkelde identiteitsstoornis hoeven niets af te leren, maar alleen te leren hun eigen kwaliteiten in de plaats te zetten van hun aangeleerde gedrag.

 

Interventie ‘De belangrijkste mens’

Mensen met een identiteitsstoornis identificeren zich makkelijk met anderen. De scheiding tussen ‘Ik’ en ‘de Ander’ is vaag. Vaak stellen zij de ander als belangrijker dan zichzelf. Die ander wordt door hen sterker ervaren dan zij zichzelf ervaren.

Een standaardvraag in de Mentaal-Emotieve Training is: ‘Wie is de belangrijkste mens voor jou in de hele wereld?’ Dat ben jij. Want jij geeft de dingen een waarde. Jij ontvangt en geeft. Jij creëert iets nieuws uit alles wat jij aan kennis, inzichten, ervaringen, gedachtes en emoties ontvangt. En wat voor de een geldt, geldt voor iedereen. Iedereen behoort de belangrijkste mens voor zichzelf te zijn. Dat klinkt egocentrisch. Maar als je er goed over nadenkt, is het een balans tussen het ‘Ik’ en ‘de Ander’. 

 

Interventie 'Scheiding in grootheden'

De cliënt leeft in een chaos waar een willekeurige structuur alle belevingsfactoren van de cliënt beïnvloedt. Er is geen centrale logische aansturing vanuit een logisch en congruent concept. De begrippen ‘Ik’ en ‘Jij’ kennen geen onderscheid. Van de ervaringen en het verleden worden toekomstverwachtingen gemaakt die perspectiefloos zijn. ‘Heden’, ‘verleden’, ‘toekomst’,  ‘Ik’ en ‘de ander’ vormen een grote warrige eenheid. Er is geen veilige plek en geen eigen domein met grenzen, er is geen stuurkracht, geen regie, geen betrokkenheid, alleen maar chaos.

Interventies:

De Mentaal-Emotieve Training kent een kleine honderd interventies, waaronder eenvoudige, maar ook zeer veelzijdige. Zo creëren we ordening en structuur in de tijdseenheden ‘hier en nu’, ‘verleden’ en ‘toekomst’. Het ‘hier en nu’, daar sta je in. Dat is het enige gebied waarin je de dingen kunt doen. Je kan er nooit uitstappen. Ook ‘niets doen’ is ‘doen’.

Het verleden ligt achter je en overlapt het achterste 1/3 deel van het hier en nu. In het verleden liggen de feiten. Daar liggen ook onze kennis en ervaringen. Daar ligt onze geschiedenis. Maar daar liggen ook de vergetelheid en de vergankelijkheid.

De toekomst ligt voor je en overlapt het hier en nu ook voor 1/3 deel. In de toekomst liggen je kansen en maatschappelijke beperkingen. Bijna alles wat we doen, doen we voor de toekomst.

Links of rechts ligt het ‘Ik-gebied’, ook weer 1/3 overlappend met het hier en nu. Daar ligt alles wat met jou te maken heeft. Jouw domein, jouw integriteit, jouw gedachtes en emoties. En ook jouw tijd. In jezelf liggen je individuele mogelijkheden en beperkingen. Daar liggen ook je visie en doelen.

Tegenover het ik-gebied ligt het gebied van de ander. Ook weer voor 1/3 overlappend in het hier en nu. Daar ligt alles wat van de ander is. Zijn leven, gedachtes, emoties en integriteit, zijn lot, zijn oplossingen, zijn stuurkracht, zijn waarnemingen en interpretaties.

In het niet bepaalde middengebied is alleen het hier en nu, zonder specificatie. Dat is het gebied van het niet-doelgericht bezig zijn, zoals muziek luisteren, tv kijken of lezen.

Wij bewegen ons dagelijks afwisselend in deze gebieden. De ene keer toekomstgericht, de andere keer gebruikmakend van onze ervaringen.

Vanuit een chaotische instelling kunnen mensen van hun verleden hun toekomst maken en de eigenheid van de ‘Ik’ verwarren met de belangen van ‘de ander’.

Uit: ‘Handboek Mentaal-Emotieve Training’

 

Interventie ‘Onderdeel van de samenleving’

Wij hebben geleerd onderdeel van de samenleving te zijn. Die ongenuanceerde stelling belast veel mensen met het Calimerosyndroom. ‘Ik stel ten opzichte van de samenleving niets voor’ en ‘ik heb toch nergens grip op of stuurkracht over’. Het leven en de wereld zijn voor veel cliënten bij IMET overweldigend groot, en zij ervaren zichzelf als onderdrukt en zinloos.

Maar klopt het wel? Zijn wij onderdeel van de samenleving? En wat is de ‘samenleving’ dan, en wat is ‘onderdeel zijn van’? Wat is onze functie in die samenleving? Wat is onze taak?

Stel de vraag of de cliënt onderdeel is van de samenleving. Via die terminologie hebben we dat immers geleerd. De kans is groot dat dit wordt bevestigd. We zijn onderdeel van de samenleving.

Teken een grote cirkel met ruimte daarnaast voor nog zo’n grote cirkel. Zet een punt in die cirkel en vertel dat dit de totale samenleving is waarbij de cliënt één van de zeven miljard mensen is. Maar wat heeft de cliënt met mevrouw Tie in China te maken, die een lekke band van haar fiets moet laten repareren, maar daar geen geld voor heeft?

Teken een tweede cirkel en vertel dat dit de cliënt voorstelt. Een bijna oneindig grote cirkel, want daarin passen al die miljoenen ideeën, herinneringen en emoties die de cliënt al heeft gehad. Daarin passen alle talenten en vaardigheden van de cliënt; al haar conceptdelen. Teken er een taartpunt in van ongeveer een twaalfde deel en vertel dat dit de samenleving van de cliënt is. De samenleving is onderdeel van ons. In die samenleving leven de mensen die we om ons heen hebben, waar we mee te maken hebben; familie, vrienden, collega’s, buren, de caissière van de supermarkt. In die samenleving liggen de wetten en regels, de normen en waarden uit onze cultuur en uit ons land.

Teken tegen de rand van de taartpunt eilandjes. Dat zijn onze persoonlijke keuzes waar wij ons maatschappelijk aan willen verbinden. De pandabeertjes in China, de walvissen, de oerbossen, de granny’s of kinderen in derde wereld landen wier lot we ons aantrekken. Wij bepalen zelf wat we tot onze samenleving willen rekenen.

De samenleving is er voor ons; is er om ons te dienen. En niet andersom. We mogen elkaars kruiwagens zijn, elkaar steunen, maar we zijn niet het bezit van de samenleving. We hebben de samenleving gestructureerd voor onze veiligheid en om onze belangen te dienen. Dankzij de structuur van onze samenleving weten kinderen dat er geïnvesteerd wordt in hun veiligheid, gezondheid en scholing. We mogen al die tijd incasseren. Pas als we dat ook echt kunnen, gaan wij weer investeren in anderen. Onze samenleving is geordend in het uitwisselen van kennis ter verhoging van de kwaliteit van leven van ieder van ons. De samenleving moet ons kansen en mogelijkheden bieden, ons beschermen tegen onheil en bedreigingen. Daar mogen wij een bijdrage aan leveren. Kinderen zijn op deze manier de werkgevers van hun docenten en de mensen die op scholen werken. Patiënten zijn de werkgevers van hun behandelaars, en doden zijn de werkgevers van de begrafenisondernemers. Ieder mens is zowel werkgever als inkoper tegelijk. Maar als het goed gehanteerd wordt kiest ieder mens individueel zijn eigen stukje samenleving.

De vrije ruimte in de grote schijf is de ruimte die wij naar eigen keuze kunnen besteden. De aandacht voor vrienden, familie of voor de natuur, hobby’s, woning en inrichting, enz.

Jij beslist wat jij, naast wat algemeen aanvaard is, in jouw samenleving wilt plaatsen. Zijn dat die hulpbehoevende gezinnen in Verweggistan die je iedere maand een bedrag toestuurt? Zijn dat de pandabeertjes waarvan jij vindt dat die beschermd moeten worden, of de walvissen? Jij beslist tot waar jouw samenleving zich uitstrekt. Geef eens op die schijf aan door stippen, rondjes of door een taartpunt waaruit jouw samenleving bestaat.

Samenleving is iets anders dan cognitieve of emotionele betrokkenheid. Je kunt betrokken zijn bij gebeurtenissen in een ander land. Je kan daar je gedachtes, emoties en belevenissen door laten bepalen, maar dat is iets anders dan samenleven. Samenleven heeft te maken met ‘doen’. Met uitvoering geven aan iets. Met uitwisselen. Wat doe jij met die voor jou onbekende man aan de andere kant van je woonplaats, die naar het ziekenhuis moet, om een operatie te ondergaan? En wat doe jij als diegene een naaste van je is?

Samenleving is doen.

Nog een vraag: Zijn wij er voor de samenleving? Moeten wij dienstbaar zijn aan de samenleving?

Nee! De samenleving is er voor ons. Wij hebben die door de generaties heen bedacht om ons te dienen.

De vergissing is historisch ontstaan. De samenleving begon vanuit macht. Op allerlei niveaus ontwikkelde deze zich en werd gecompliceerder. Onderlinge belangen werden op korte termijn uitgewisseld, en door de generaties heen werden deze aanvankelijk korte termijnen langer en de uitwisselingen complexer. De verbanden waarin belangen uitgewisseld werden, werden steeds groter, maar ook de samenlevingsvormen breidden zich uit. Dorpen werden steden. Steden verenigden zich tot provincies en daarna tot landen En tot samenwerkingsverbanden van landen.

De samenleving is er voor ons. Wij hebben deze gemaakt om ons te dienen. Geven en nemen zijn georganiseerd. Investeren en exploiteren zijn maatschappelijke afwegingen geworden. De samenleving moet elk van ons maximale veiligheid geven, om ons te kunnen ontwikkelen en om in elkaar blijvend te kunnen investeren.

Kinderen hebben maatschappelijk nog niet veel te geven. Door in hen te investeren, investeren we in een toekomst, waar de volwassenen van dan weer kunnen investeren in wat dan ontwikkeld en doorgegeven kan worden.

De samenleving is er voor ons als groep en als individu. Wij zijn er niet voor de samenleving. Met z’n allen vormen wij de samenleving en dat is iets heel anders.

Uit: ‘Handboek Mentaal-Emotieve Training’

 

Alles gebeurt in het brein

Waardoor gebeuren de dingen bij ons mensen? Wat is de werkelijkheid? Het is goed je bewust te zijn van de werking van het brein, omdat dit brein ieders eigen ontwikkeling beïnvloedt. Alles wat wij doen wordt gestuurd door ons brein. Het brein stuurt het lichaam en het lichaam faciliteert het brein.

Voeding voor het brein

Het brein moet met energie, stofjes en zuurstof gevoed worden om gezond te kunnen functioneren. Deze stofjes en energie komen vanuit ons voedsel via het spijsverteringssysteem in het lichaam terecht. De zuurstof via de ademhaling. Een groot deel van deze factoren wordt gebruikt door de hersenen.

Een belangrijk deel van dit proces wordt gestuurd door de hersenen zelf. En als deze niet goed functioneren, kan de productie van de eigen voeding van het brein gevaar lopen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer er te weinig of te eenzijdig voedsel het lichaam binnenkomt. Dan kan een spiraal ontstaan van een doorlopende verslechtering van de voeding van het brein. Neveneffecten kunnen zijn: irreële waarnemingen, interpretaties en gedachten.

En ook de ademhaling speelt een belangrijke rol. Zij zorgt voor de noodzakelijke uitwisseling van koolzuur tegen verse zuurstof in het brein en in de spieren. Bij gebrek aan zuurstof zal het brein ook verstoringen in haar functioneren ondergaan.

Niets gebeurt bij ons buiten het brein om

Het brein stuurt alles in de mens. Zijn waarnemingen, interpretaties, gedachten, emoties, bewegingen en gedrag. Ook de automatismen zoals hartslag, ademhaling, spijsvertering en reflecties. Niets gebeurt zomaar.

Het brein is ontzagwekkend ingewikkeld. Er wordt beweerd dat er net zo veel verbindingen in het brein tot stand kunnen komen als er sterren in de kosmos zijn en dat zijn er ongeveer honderd miljard per sterrenstelsel, zoals de Melkweg, en dat maal tweehonderd miljard sterrenstelsels. Dat is nog al wat, en dat in die 1,3 dm3 brein.

Bewustzijn en onbewustzijn

Je kunt het brein in meerdere structuren indelen. Wij beperken ons hier nu even tot de onderverdeling van bewustzijn en onbewustzijn, ook wel onderbewuste genoemd. Het bewustzijn heeft als taak opdrachten op basis van argumenten uit te voeren. Het bewustzijn omvat het rationele denken en handelen.

Het onderbewuste beheert een groot gedeelte van alle impulsen die ons ooit bereikt hebben. Al deze impulsen genereren onze ervaringen, zowel de cognitieve als de emotionele. In het onbewuste zetelt ook ons concept, dat is datgene wat we zijn, maar daarover verderop meer. Het onbewuste beheert ook onze structuren die steeds voor de juiste verbindingen zorgen. Gelet op het enorme volume aan prikkels dat het brein kan opslaan is het duidelijk dat het overgrote deel van onze activiteiten vanuit het onbewuste wordt aangestuurd.

Onderzoekers beweren dat het bewustzijn een schakelsnelheid heeft van tussen de tien en zestig bytes per seconde. En het onbewuste zou een schakelsnelheid hebben van een miljoen tot tienmiljoen bytes per seconde. Dit onbewuste volume, met al zijn schakelmomenten, is voortdurend in beweging. Een deel daarvan komt soms vlak onder het oppervlak van het bewustzijn. Ten opzichte van de huidige digitale rekenmogelijkheden is deze hoge schakelfrequentie geen extreme prestatie meer in onze digitale wereld.

Dankzij deze volumes en snelheden kan de mens zijn ingewikkelde leefwijze uitvoeren en is zij tegenwoordig in staat hele ingewikkelde processen te doorgronden en in de samenleving toe te passen. Maar het heeft ook een keerzijde: er kan van alles gebeuren wat we niet willen.

Het lerende brein

Een gezond en onbevooroordeeld brein is in staat te leren,  nieuwe informatie te verwerken en veranderingen toe te staan. Maar wanneer een brein diepliggende overtuigingen heeft ontwikkeld, is alles, vooral ook in het onbewuste, gerelateerd aan die overtuiging. Juist die enorme hoeveelheid, dat enorme spectrum aan onbewuste drijfveren, kunnen een gebundelde massa veroorzaken die veranderen bijna onmogelijk maakt.

In het onbewuste liggen de drijfveren en gebeurtenissen die veroorzakers van gedrag hebben ontwikkeld. Daar liggen ook de gewoontes, de overtuigingen en de rituelen van de instandhouders van dat gedrag. En het gedrag is weer het gevolg van de veroorzakers en instandhouders, beïnvloed door actualiteiten. Al deze processen samen maken het leven van de persoon aangenaam of juist belastend.

Wie een mens stuurt, stuurt diens brein

Elke opdracht die wij iemand geven, geven wij aan diens brein. Het brein bepaalt of het voldoende argumenten heeft om met de opdracht mee te gaan of dat er meer argumenten liggen om de opdracht te frustreren.

De opdrachtgever, die het brein van een ander aanspreekt, kan zijn machtsmiddelen gaan toepassen, waarop het brein van de ander daarop met, voor dat brein, adequate verzetsmiddelen kan reageren.

Als je als opdrachtgever iets voor elkaar wilt krijgen bij een sterk op verzet gericht brein, doe je er beter aan om de welwillende argumenten in het brein van de ander aan te spreken. Via deze strategie kan je delen van het verzet omvormen tot meewerkende structuren. Een goede methode hiervoor is het ‘socratisch gesprek’; het onderzoekende gesprek naar andere mogelijkheden die het brein van die ander biedt.

Voor professionele begeleiders is het direct werken met het onbewuste van de ander de meest effectieve manier. In het bewuste deel van het brein zetelt immers het belangrijke afweermechanisme dat we het ‘Ja maar systeem’ noemen.

Alles wat de persoon doet wordt gestuurd door het brein. Het brein is geprogrammeerd door zijn ervaringen, die voor het grootste deel uit de samenleving komen. En de belangrijkste personen uit de samenleving van het kind zijn de opvoeders. Dat is een grotere groep dan alleen de ouders. De persoon kan niet anders handelen dan wat het brein geleerd heeft en vanuit het geleerde toestaat.

Dit geldt zowel voor het kind, als voor de opvoeder en voor diens opvoeders in een keten van vele generaties.

 

Alle rechten voorbehouden. Geen aansprakelijkheid op de getoonde inhoud van deze website.