Publicaties Praktijkvoorbeelden

Praktijkvoorbeelden

Merel

De metafoor van de boom

Spugers

Brigitte: Crisis en zelfontdekking

Brigitte: De echo verstommen

Valeries geheime bewustzijn

Marloes en de beleving van boulimia

Astrid

Marian en Future Pacing

Twee meisjes die zichzelf vonden

 

Merel

Merel is vijftien jaar. Ze lijdt onder haar zelfbeeld. Ze ziet er niet uit, vindt ze zelf. Alles is te veel en te dik aan haar. In haar neus zit het slangetje van de sondevoeding. Het vrije uiteinde daarvan bungelt functieloos voor haar bloesje. Ze is één meter zeventig lang en weegt negenendertig kilo. Het leven is moeilijk voor haar. Alles is onzeker en moet onder controle blijven. Daar zijn dwang en rituelen voor. Ja, ze mist haar identiteit en weet niet wie ze is. Ze heeft over elk gedrag afspraken met zichzelf en vecht doorlopend tegen de honger. Haar lichaam is teveel en daar moet nog veel meer vanaf.

We hebben vandaag de eerste sessie. Ze staat naast haar fauteuil, wil niets drinken en ook niet gaan zitten. Aan haar arm hangt via een smalle band een zware volledig gevulde schooltas. Daar moeten al haar schoolboeken van de hele week in zitten. Ik zie de striem net naast de band van de tas op haar dunne arm. Haar huid zit direct op haar bot. De eenzaamheid en ontkenning stralen van haar af. Ze is aandoenlijk zoals ze daar staat en vecht voor haar geluk. Angst voor wat haar nu weer afgenomen wordt straalt uit haar hele verschijning. Ze is al zoveel kwijt. Ik weet het. Ik ken deze mensen. Ze kennen alleen verlies. Ze zijn niets waard en alleen maar een last voor zichzelf en voor anderen.   

Laatst is ze weggelopen van de kliniek. 12 kilometer naar huis in hoog tempo. Weg van de angst, weg van de overheersing en onvrijheid. Weg van het eten en de vetmesterij. Ze wilde niet terug; onder geen voorwaarde. En nu begint ze bij mij. Alweer een behandeling. Alweer moeten doen wat een ander zegt. Ze staat daar, strak en stram. Een brok verzet, als een uitgeteerde stakende dokwerker. Ze is er niet. Ze staart strak voor zich uit en beschermt zich tegen elke nieuwe aanval van weer zo’n therapeut. Van haar had het allemaal niet gehoeven. Er mankeert niets aan haar.

Ik bevestig haar slimheid. Ja, een uur zo staan kost je tien kilocalorieën en met zo’n zware tas misschien wel dertien. In de anderhalf uur die de sessie duurt, verbrandt ze zo een kwart onbelegde boterham. En alle beetjes helpen. Even kijkt ze me onderzoekend en argwanend aan. Ik weet niet wat er in haar omgaat, maar ik zie angst en weerstand in haar blik.

Ik pak een handdoek en vouw die tot een smalle maar dikke strook. Dan vraag ik of ik even aan haar mag komen en beloof haar niets van haar af te pakken. Dan leg ik de handdoek op haar schouder en leg daar de smalle band van de schooltas op.

We hebben de sessie staande gehouden, waarbij ik me beperkte tot het uitleggen hoe ik werk. Geen moeilijke en bedreigende vragen. Maar gewoon rust, eenvoud en ontspannen.

De volgende sessie herhaalde zich dit alles. De handdoek over haar schouder en de tas daaraan hangend. Anderhalf uur staan. Geen commentaar, geen kritiek, maar blijk van begrip en respect voor haar angst en weerstand.

De derde sessie vroeg ik haar na een korte tijd of ik mocht gaan zitten. Ze leek verbaasd dat ik haar de toestemming daarom vroeg. Tien minuten later zat ze ook op het puntje van haar stoel met de tas op haar schoot. Ik vroeg haar wat ze aan de kamer wilde veranderen, zodat het haar werkkamer was, maar dan niet door meubels te gaan versjouwen, maar een kleine ingreep die voor haar toch belangrijk kon zijn. Ze begreep het niet. Het was toch mijn kamer. Nee, zei ik, als zij er was, was het haar werkkamer. Ze zocht om zich heen en vroeg of het raam dan open mocht. Ze hield van frisse lucht en van buiten zijn. En zo kwam buiten binnen. Vanaf dat moment hebben we zomer en winter de sessies met open raam gehouden.

Nu is Merel een persoonlijkheid met een gezond gewicht geworden. Heeft ze haar eigen identiteit teruggevonden en doet de dingen zoals zij die bij haar vindt passen. Ze staat midden in haar wereld, voert de regie over haar leven en weet goed gebruik te maken van de samenleving om haar eigen doelen te realiseren. De veroveraar en winnaar zijn uit haar naar boven gekomen en sturen haar leven.

En hoe kwam dat? Door een absoluut passende brede behandeling die haar maatwerk leverde. Maatwerk gevormd door psychotherapie te combineren met filosofie, waaruit voortschrijdende inzichten bij haar en de therapeut ontstonden. Vijftien essenties liggen aan deze behandelmethode ten grondslag en een keuze uit ruim 80 interventies. 

 

De metafoor van de boom

Marlies was de eerste die mij inzicht gaf dat zij in het dagelijkse leven totaal anders was dan wanneer ze haar aangeleerde structuur in een ver doorgevoerde ontspanning los kon laten. Ze was een 18-jarige no-nonsense ‘leermachine’. De vier tienen, een negen en een acht op haar gymnasiumdiploma tekenden haar ten voeten uit. Alleen het verwerven van erkenning, het presteren, haar uiterlijk en de schoolse kennis kregen aandacht van haar. Ze was gespeend van nodeloze ballast zoals fantasie, algemene ontwikkeling en diepgang.

In het gezin was haar enige functie de dochter te zijn van een moeder die een dochter nodig had om te overleven. Meer hoefde ze in het gezin niet te zijn en meer was ze ook niet.

In haar gedrag voldeed ze aan alle criteria van Boulimia Nervosa. Via via kwam ze bij mij in behandeling.

Het wonderlijke gebeurde als ik haar in trance bracht. Dan beschikte ze over een ongebreidelde humoristische en kinderlijke fantasie, die doortrokken was door een onverwachte diepe wijsheid en een zeer doorleefde mimiek. Ze werd een totaal andere persoonlijkheid.

Diep in haar woonden de Vorstin, die voor Marlies opkwam, en een duistere figuur, die zich Zwartkijker liet noemen en die Marlies doorlopend strafte.

Toen de therapeut aan Zwartkijker vroeg waarom hij Marlies zo strafte, antwoordde hij dat ze niet naar hem luisterde. Ze keek steeds de verkeerde kant uit. Ze wilde haar essenties niet zien. Ze zat op drie dode takken van haar boom en keek naar alle mooie bomen om zich heen, vertelde hij. Die takken betekenden presteren, slank zijn en zich voegen. Nog even en de takken zouden breken en haar in de diepte storten. Ze moest naar haar stam. Daar kon ze naar haar kroon kijken en naar haar wortels, waar haar essenties lagen. Verder wilde hij niets zeggen.

De Vorstin werd gevraagd uit te leggen wat Zwartkijker bedoelde. En ze vertelde dat Marlies de verkeerde kant uit keek. Ze moest naar zichzelf kijken, naar haar eigen kwaliteiten. Ze moest zichzelf gaan erkennen wie zij was. Ze liet zich afleiden door onbelangrijke zaken, die haar oorspronkelijke kwaliteiten hinderden om te groeien. Ze moest andere mensen om zich heen verzamelen, mensen die beter bij haar eigenheid pasten.

Vanuit de stam kon ze omhoog kijken, naar haar eigen kroon; de takken die haar kwaliteiten waren en de bladeren die haar gedachten, haar gedragingen en inspiraties waren. Ze kon naar beneden kijken naar haar essenties, haar wortels. Haar wortels waren kort en oppervlakkig. Ze moesten de diepte in.

De boom had alleen water nodig vertelde de Vorstin. Dan zouden de wortels groeien en voedsel kunnen opnemen. Dan zouden de stam en de takken groeien. Er zouden meer bladeren ontstaan. Die zouden neervallen en voedsel voor de boom worden. En de boom zou verder groeien. Ik moest de wortels alleen water geven; alleen de wortels hadden vocht nodig. De boom zou zich verder zelf voeden.

Zonder het te weten, gaf Marlies via Zwartkijker en de Vorstin mij de essentie van de behandeling aan die zij nodig had. Ze was ondervoed door gebrek aan een van de belangrijkste levensbronnen: Liefde, respect en erkenning voor haar eigenheid.

Ik heb goed naar haar geluisterd en ook bij al mijn andere cliënten haar aanwijzingen gevolgd. Ze had gelijk. Steeds kreeg ik de bevestiging dat ze gelijk had. In deze simpele metafoor zaten alle elementen verwerkt die voor haar en voor al die andere cliënten van grote betekenis waren. De orakeltaal van Marloes en de ervaringen met andere cliënten werden vervolgens omgezet in een visie, in interventies en in modellen. Het werd een behandelmethode die zijn groeiproces ontwikkelde, gelijk aan de wortels van de boom: Sterk en met veel nuances en vertakkingen en stevig verankerd in de realiteit: de Mentaal-Emotieve Training.

 

Spugers  

Er zijn verschillende methoden om met het onbewuste van een persoon te werken, daar ga ik nu niet op in. Maar in dat onbewuste zitten weer nauwkeurigere antwoorden. Het antwoord dat ik bij een herhaalde vraag over wat de persoon nu echt uitspuugt, krijg, is in de meeste gevallen wat gedetailleerder: “Ik spuug mijn angst, of mijn verdriet, mijn boosheid of mijn wanhoop uit”. Daarmee verandert de kern van de behandeling. In dit geval moeten niet de gedachten over het lichaamsgewicht worden behandeld, maar de belemmerende emoties.

Wanneer ik nog een keer doorvraag, komt vaak een antwoord in de trant van: “Ik kots de hele wereld uit”. Nou dan heb je heel wat te kotsen. Het wijst op een generalisatie. Zo in de trant van iedereen, niemand, nergens, alles, nooit of altijd. Dan weet je al dat het om iets heftigs gaat; iets met een brede basis van onmacht of onbegrepen zijn. Als je daarop doorvraagt, komen ook vaak heftige reacties.

Een meisje van 19 jaar antwoordde op het doorvragen op zo’n generalisatie dat ze haar oom uitkotste en haar benen. Dat is een subtiel verpakte aanwijzing voor seksueel misbruik. Klopt dat? Is dat wel zo of geef ik een interpretatie vanuit mijn denkpatronen op haar woorden? Ik weet het niet. Om erachter te komen, kan ik het gewoon vragen: “Wat kots jij uit aan je oom?” Haar antwoord was simpel en ontnuchterend. Toen zij dertien jaar was, had haar oom haar ineens laten vallen toen hij een vriendin kreeg. Zij was zijn lievelingsnicht en hij haar lievelingsoom. Voor buitenstaanders is dit een probleem waar je redelijk snel uitkomt. Voor haar werd het een trauma. “En je benen, wat is daarmee?” vroeg ik naar het andere deel van haar spuugargument. “Ja, die zien er niet uit”, zei ze verontwaardigd. Achter het trauma van haar oom school de ervaring met haar vader, die haar in de steek gelaten had; die haar moeder mishandeld had. En zo kwam een veelheid aan voor buitenstaanders onbelangrijke factoren, die voor haar stuk voor stuk beangstigend en kwetsend waren.

Onder mijn cliënten met een eetstoornis zijn spugers die hun verhaal via dwanggedachten niet kwijt kunnen. Hun hoofd staat vaak op barsten. Het spugen is dan een effectieve uitlaatklep. De druk in het hoofd wordt daardoor verminderd of stabiliseert. Maar hoe kan je spugen als je niets vers in je maag hebt zitten? De drang om te spugen vraagt om eten. Zo kan een overmaat aan ongecontroleerde dwangmatige gedachten veranderen in schijnbaar gecontroleerd eten en spugen. Om dat vol te houden, moet je motieven gaan bedenken. Vaak gaat dat onbewust. Controle over je lichaam. Je moet afvallen. Zo kan een overvol hoofd van dwanggedachten uiteindelijk leiden tot een eetstoornis.

Uit: ‘Ik zal stil naar je luisteren’

 

Brigitte: Crisis en zelfontdekking

Brigitte, 18 jaar, VWO scholier, is vanaf oktober 2012 bij me in behandeling. Ze heeft ernstig ondergewicht, faalangst en is suïcidaal. Ze vindt dat ze geen recht op leven heeft en een ballast is voor haar omgeving. Ze vindt zichzelf een monster, zowel innerlijk al uiterlijk. Ze is uit haar laatste (intramurale) behandeling weggelopen. Ze wil niet behandeld worden en liever verdwijnen.

Crisis op eind oktober

’s Avonds, ca. 22.00 uur. Moeder belt. Paniek bij Brigitte. Suïcidale drijfveren. Weggelopen om er een eind aan te maken, maar te verdoofd om ze uit te voeren. Ik heb ze laten komen. Ze was ingepakt. Capuchon op en haren voor haar gezicht. Afwezig, en alles wat er van haar was, was verdrietig. Wilde niets drinken. Moeder wel thee. In de terminologieën van haar schoolse wereld gekropen. Haar bevestigd dat het leven vaak shit kan zijn. Dat het leven kut is en de wereld klote. Dat ze helemaal gelijk heeft. Alles is een klotezooi. Zeker daar waar zij in zit. Het delen van de beleving in deze woorden ontdooide haar wat. (Naast haar in de put gaan zitten en de bedomptheid van de toestand zelf ervaren en uitdrukken zoals de ander die ook beleeft; daar passen geen keurige woorden bij.) Ik heb bevestigd dat ze het moeilijk heeft, dat dit bij het proces hoort, maar daarom nog wel moeilijk is. We kwamen op Sandra uit, mijn jeugdvriendinnetje, hoeveel plezier ik met haar beleefd heb. Ze schrok van haar lot en mijn reactie. Ik kende wat zij nu had meegemaakt. Ik had toen ook voor die deur gestaan waar zij voor stond. Ik kende die toestand van wanhoop. Ik vertelde dat ik dacht haar te kunnen begrijpen; begrijpen wat uitzichtloze radeloosheid is. Ik wees erop dat het 57 jaar geleden was, 57 jaar was lang voor Brigitte. En als ik toen door die deur was gegaan, waar zij deze avond doorheen had willen gaan, dan hadden we nu niet samen hier gezeten. Dan had ik al dat moois wat ik nadien heb meegemaakt, niet kunnen beleven. Verteld over alle deuren die er in het leven zijn waar je doorheen kan gaan, maar ook weer uit terug kan komen. Haar moeder, vader, iedereen. Maar dat er één deur is waar je nooit meer door terug kan gaan. Deal met haar gesloten dat als ze ooit bij die deur staat, ze mij eerst even spreekt voordat ze er door wil gaan. Aan het einde van het gesprek was ze weer rustig, had ze haar capuchon afgedaan en haar haren voor haar gezicht naar achteren geduwd. Ze mocht weer gezien worden.

In veel opleidingen leer je om je kwetsbaarheid, ook al ligt die in je verleden, buiten de communicatie met je cliënt te houden. Maar in een therapeutische vertrouwensrelatie vormt jouw kwetsbaarheid de basis van gelijkwaardigheid en vertrouwen. Bij mij is alles bespreekbaar, hoe intiem of kwetsend het onderwerp ook is. Het moet echter wel een functie hebben.

Sessie begin januari 2013

Om de volgende sessie van 2 maanden later op juiste waarde te schatten is bovenstaande uiteenzetting nodig.

Brigitte ligt op de divan. Deze is speciaal voor anorexia patiënten heel zacht en steunt het lichaam niet alleen van onderen maar ook van opzij. Het omhult het met zachtheid en warmte. Alleen dat gevoel genereert al rust en ontspanning.

Th.:      “Haal zo meteen als ik het zeg maar eens heel diep adem … en denk dan heel aandachtig aan je obsessieve gedachtes over eten. En bij het uitademen blaas je die obsessie er uit. … Goed, doe het maar.. …. Inademen. Denken. En wegblazen. …. En nog een keer. Inademen. Denken en uitblazen. … en herhaal dit maar dertig keer. … …” (Ze blaast de obsessie er krachtig uit. …. Dit is een van de methodes om je van een obsessie te bevrijden. Brigitte is sterk suggestibel, dat is een voorwaarde voor succes. Na die dertig keren geeft ze aan dat ze leeg is in haar hoofd. Dat is goed. Ik nodig haar nu uit om haar ogen te sluiten en haar aandacht te richten op de onbekende en nog opgesloten kern van haarzelf; haar concept.)

Th.:        “… En stel je voor dat je concept (het wezenlijke van de persoon op zijnsniveau) opgesloten zit in een geluidsdichte cel en heel hard roept om gekend te worden, .. … om zichtbaar te zijn … en haar verhaal te vertellen … … Stel je dat voor. … … Maar niemand hoort haar en weet dat zij daar opgesloten zit. … …  Niemand kan haar bevrijden … alleen jij. … … Daarvoor moet je eerst die cel vinden. … Die zit diep in jezelf verscholen. … … Ga op zoek naar die cel …. Concentreer je op jezelf. …. Op de enorme ruimte in jezelf waar alles van jou aanwezig is. … … Open ruimtes, maar ook gangen, als een soort labyrint. … Zoek en vind de ruimte waar zij opgesloten zit. … … … Jij hebt contact met haar. … Jij bent de enige die kan aanvoelen waar zij zit. … Luister naar je gevoel … luister naar je gevoel … … en zorg ervoor dat je steeds dichter bij haar komt. … … De sleutel zit in het slot van de deur. … … Vind de deur met de sleutel … daar zit ze … … en als je de sleutel gevonden hebt, … draai het slot los … en open je de deur. … … Kijk haar aan. … … en geef haar aan dat ze stil mag zijn. … Dat het goed is. … Dat je haar gevonden hebt, … en dat de deur nu open is en ze er uit kan gaan. … …”

(Brigitte’s gezicht wordt rood en de tranen vormen zich. Ze rollen over haar wangen. Haar gezicht vertrekt zich in verdriet. Ik laat haar even in haar emotie. Als ze weer rustig wordt, haar tranen afveegt, vraag ik wat er gebeurt. Ze vertelt dat ze voor het eerst naar zichzelf kijkt.)

Br.:         “… Ik zie mezelf, zoals ik ben. … Geen lichaam. … Niet dat lelijke lichaam. … maar mezelf … zoals ik echt ben … … Ze straalt zoveel moois uit. … … zoveel mooie gedachtes. … … … Ze laat me zien wat ze allemaal voelt … en dat is allemaal zo mooi. … … … … “ (Ze wordt weer emotioneel. Ze realiseert zich dat ze naar haar werkelijke zelf kijkt.)   “Ze wil vertellen, maar kan het niet. … … … Ze heeft geen stem om te vertellen. … … Geen woorden. … … Ze fluistert …. … ik versta haar niet … … Ik zie haar verdriet. … … maar ze is ook blij … … … …”  (Ze zwijgt.)

Th.:      “Wat merk je nog meer op?”

Br.:      “…. Ze is zo … puur … echt … … zichzelf … … … Ze heeft zoveel in zich. … wil zoveel vertellen … … Ze mag niet. …. ….”

Th.:      “Wat mag ze niet?”

Br.:      “… Zeggen wat zij vindt. …. … …”

Th.:      “En van wie mag ze dat niet?”

Br.:      “… het heeft geen zin. … …. Ze wordt toch niet gehoord. … … …”

Th.:      “En wie moet het horen?”

Br.:      “… dat doet er niet meer toe. … … … Ik zie aan haar dat ze wil oplossen. … Het heeft geen zin. … … … ”

Th.:      “Wat heeft geen zin?”

Br.:      “…. Ze is moe. … … … Wil niet meer. … … …”

Th.:      “Kan je haar vertellen over die ene deur, en al die andere deuren?”

Br.:      “…. Die deuren … Ja. … … … Ze vraagt waar ze zijn … … …”

Th.:      “Jij hebt er net een geopend. De deur naar haar vrijheid, waardoor ze weer zichtbaar wordt. … Waardoor ze weer een stem en woorden kan krijgen. …. … De deur naar jou en naar mij. … en naar al die anderen die straks graag naar haar luisteren … … Al die deuren waar mensen zijn. .. waar kennis en inzicht ligt, … waar haar nieuwsgierigheid ligt. … Waar de werkelijkheid ligt … Waar haar rijkdom ligt, die ze nu niet kent …”

Br.:      “…Ze kent alleen maar leegte. …”

Th.:      “Nee, dat voelt ze omdat niemand haar kon horen. … … Maar kijk eens goed naar haar. … Kijk eens naar haar rijkdom. … Ga eens dicht naar haar toe en ga door haar heen in haar, en ontdek daar die enorme ruimte gevuld met haar innerlijke rijkdom. …” (Het is lange tijd stil.)   “En wat ervaar je dan?”

Br.:      “Er is zoveel. … Alles is ingepakt. … …”

Th.:      “Zou je wat kunnen uitpakken?”

Br.:      “…. … … Ik zie licht … … afstanden … …  de natuur. … Structuur. … … Ik kijk om me heen en zie alles. …”   (Ze wordt weer emotioneel.) 

Th.:      “Wat is alles?”

Br.:      “… … Alles … … Het totaal … … … Hele kleine dingen … … Details. … Kleuren en vormen …. …. …. Alles hoort bij elkaar. …. Groot. … … Alles is samen zo groot…. …”

Th.:      “Hé, Brigitte, … realiseer je dat jij dit bent. … Dit is jouw rijkdom.. … …Dit ben jij. … Dit is jouw concept. … … Wil je dat dit verloren raakt?. …”

Br.:      “Nee. … Maar het is zoveel … … zo anders dan wat ik hoor en leer. …”

Th.:      “Ja precies. … Dat is ook je rijkdom. … Dat alles anders mag zijn. … En toch, .. klopt het? …”

Br.:      “.… Ja. Het klopt. …”

Th.:      “Hé Brigitte, kan je weer uit haar tevoorschijn komen en al je waarnemingen vasthouden. … in je opslaan. … in je bewustzijn. … in elke vezel van je lijf, in elke uithoek van je geest. … Dit ben jij … Deze rijkdom dat ben jij. Al dat moois dat je waarnam, dat ben jij. … Klopt dat?”

Br.:      “Ik denk het wel.”

Th.:      “Waar zou het anders vandaan komen?”

Br.:      “…Ja ….”

In het nagesprek is Brigitte verrast wat ze in zichzelf gezien heeft. Cognitief zou ze niet op deze waarnemingen gekomen zijn; staan ze haaks op wat ze van zichzelf vindt. Ze is wat verward, maar moet wel bekennen dat het als echt ervaren werd.

Uit deze sessie, maar uit veel meer sessies die in dit boek beschreven staan, blijkt hoe bijzonder het onbewuste is en hoe genuanceerd de antwoorden zijn die daaruit komen bij mensen met een identiteitsstoornis.

Uit: ‘Brigitte, van anorectische schaduw tot veroveraar’

 

Brigitte: De echo verstommen (sessieverslag & interventie)

Brigitte heeft nog steeds last van de echo uit het verleden. Ze klaagt erover dat die maar niet wil stoppen. Ze kijkt me licht radeloos aan. Ze wil er echt vanaf. Ik vertel haar van al die mensen die niet meer in hun genezing geloofden, maar dan een jaar of wat verder zich niet konden voorstellen dat ze zo aan hun klacht vast hadden gezeten. Het is een verhaal dat ik al meerdere keren heb verteld. Ze zegt het wel te geloven, maar het zich niet te kunnen voorstellen. Zonder het haar uit te leggen ga ik de structuur van de Kwantummechanica op haar toepassen.

Ik vraag haar vlak voor de korte kamermuur te gaan staan waardoor er een redelijk grote ruimte voor haar ligt, en vertel dat daar haar Hier & Nu van dit moment ligt. Daar klinkt de echo over het eten en niet eten en over haar gevoel dat ze te dik is; dat ze alleen maar moet of niet mag, terwijl ze weer wat minder weegt dan de week daarvoor.

Th.:     “Concentreer je op je Hier & Nu en wat je allemaal ervaart als je aan die echo denkt,” (vraag ik haar. Ze sluit haar ogen en concentreert zich.) “Voel maar wat er allemaal bij je gebeurt. …”

Br.:     (Opent haar ogen en vertelt dat ze zich onderdrukt voelt. Ze voelt zich opgesloten, alsof ze bezit is van haar echo. )

Th.:      “Oké, je weet dat je er vanaf komt. …Klopt dat?”

(Ze weet het, al kan ze zich er niets bij voorstellen. Ik vraag haar waar het Hier & Nu van over anderhalf jaar ligt als ze er helemaal los van is. Ze wijst op een plek tweederde van de ruimte voor zich. Ik nodig haar uit om alles wat ze in haar Hier & Nu voelt los te laten en in het Hier & Nu van over anderhalf jaar te gaan staan. Ze staat nog met haar verdere toekomst voor zich in haar nieuwe Hier & Nu.

Br.:      “Hier is het allemaal klaar.”

Th.:      (Ik wacht, maar er komt niet meer.) “Voel wie je bent.” (Ik begin een peptalk van kenmerken die ik vaak over haar benoemd heb.) “Voel de veroveraar in je; de winnaar. … En je weet: een verliezer die struikelt, blijft liggen …”

Br.:      “Die geeft op,” (vult ze aan.)

Th.:        “Precies! Die geeft op. … En een winnaar?”

Br.:      “Die staat direct op en gaat er nog harder tegenaan!” (Ze grinnikt.)

Th.:      “En Jij?”  (Ze knikt met een stralende blik.) “Precies. Jij bent een winnaar, een veroveraar! … Een leider die door haar doorzettingsvermogen en vechtlust inspireert. … Voel dat eens. … Geen echo meer, geen gedachten over eten en niet eten. … Geen dwaalgevoelens meer dat je je dik voelt. Hier mag je alles. … Je eet hier alles, maar met mate. … … Er is geen reden voor angst om dik te worden, want hier beheers je alles. … … Hier beheers je alles, zoals je ook je hockeytechnieken en spel beheerst. … Geen controle meer … Je weet, controle ligt buiten je … controle voer je uit over twijfel. … Beheersing is zekerheid, stuurkracht, vertrouwen in jezelf, regie, ik beslis … … Voel dat Brigitte …. … Voel de stuurkracht en de beheersing. …”

Br.:      (Er ontstaat een ontspanning bij haar.) “… Ik voel me vrij. …. Het is stil. …. Ik zie mezelf met mijn vriendinnen … uitgaan. … … plezier. … Ik woon in Amsterdam, met een paar anderen in een huis … … Ik geniet van wat ik leer. … Ik eet gewoon. … Laat staan … en vindt dat gewoon. … Ik train en ben goed.”

Th.:      “Precies, jij bent goed.”

Br.:      (Kijkt me stralend aan.)

Th.:      “Zou je je nu eens willen omdraaien … … en kijk eens naar de Brigitte die daar in haar Hier & Nu staat, dat jij al anderhalf jaar geleden verlaten hebt. … En wat zie je dan.”

Br.:      “Iemand waarmee ik medelijden heb. … Ze zit vast en ze wil zo graag vrij zijn.”

Th.:      “En wat ziet ze als ze naar jou kijkt?”

Br.:      “Dan ziet ze het licht in mijn ogen.”

Th.       “Ze ziet het licht in jouw ogen? … En wat kan ze daarmee doen?”

Br.:      “Ze gelooft het niet.”

Th.:      “Oké, zou je eens naar haar toe willen gaan en naast haar gaan staan?” (Als de vrije Brigitte naast de onvrije Brigitte staat zie ik hoe ze zich in haar rollen ingeleefd heeft. Ze kijkt naar waar de denkbeeldige onvrije Brigitte zou staan.) “Zou je samen met haar heel rustig naar de toekomst willen gaan waarin ze de echo loslaat?”

(Brigitte schudt haar hoofd. Nee, ze kan niet. Ze zit aan haar echo vast. Ik stel voor dat ik haar echo, die tegen haar rug drukt, vasthoudt, terwijl zij een stap voorwaarts zet. Zo doen we het. Ze staat nu los van haar verleden en ik nodig hen uit samen verder te gaan. Vlak voor het doel anderhalf jaar verder stopt ze en vertelt dat het gelukt is. Ze doet alsof ze haar voeten veegt, bukt voorover en veegt alles om zich heen naar achteren. Ze legt uit dat alles nu achter haar ligt. Een decimeter achter haar heeft de echo haar losgelaten en geen grip meer op haar. We kijken naar het ruime jaar dat ze afgelegd heeft.)

Th.:      “Als je hier de echo los hebt kunnen maken, … dan heb je deze nog een ruim jaar met je meegesjouwd, terwijl je doel was er zo snel mogelijk vanaf te komen. … Waarom zou je hem nog een heel jaar met je meeslepen? Als je toch weet dat je je er van wilt ontdoen … Waarom nog een heel jaar er last van hebben?”

(Ze weet het niet. Ik nodig haar uit nog eens terug te gaan en opnieuw de toekomst in te lopen en vast te stellen wanneer ze los kan laten wat haar hindert. Het gebeurt na een half jaar. Ze schudt haar hoofd resoluut. Dat is te lang. Ze gaat uit zichzelf terug. Neemt aandachtig positie in. Dan kijkt ze achterom, over haar schouder. Draait zich een beetje om en blijft heel aandachtig kijken naar iets dat vlak achter haar staat, doet een klein stapje naar voren en draait zich om, om weer achter zich te kijken wat daar gebeurt. Ik laat haar met rust. In haar beleving schijnt iets belangrijks te gebeuren. Ze draait zich naar me toe en begint breed te grijnzen.)

Br.:      “Het is een fossiel geworden. Hij zal nooit meer wat zeggen.”

Th.:      “En wanneer gebeurt dat?”

Br.:      “Nu. Ik wil dat het nu gebeurt!”

Th.:      “Je wilt het al zo lang hè?” (Ze knikt.) “Hoe zou het zijn als je het besluit neemt dat het nu gebeurd is!?”

Br.:      (Knikt.) “Ik wil het niet meer! Ik heb het besluit genomen dat het gebeurd is. …. Ik heb het besluit genomen dat het moest gebeuren en ik heb het gedaan. Het beest is een fossiel geworden omdat ik het besloot.”

(Wat is het een bijzonder kind dat ze die woordkeuzes gebruikt. Krachtiger kan haast niet. Ze kijkt nog eens achter zich en bevestigt met een hoofdknik wat ze waarneemt. Ik vraag haar nu de toekomst in te lopen. Dat gaat ongehinderd. In haar toekomstige Hier & Nu vertelt ze dat ze daar alle kanten uit kan. Niets ligt vast en alles kan.)

We moeten wel onderscheid maken tussen de gedachten die door haar hoofd spoken over eten en dik zijn en over het vermogen om meer te eten. Ze heeft alleen de hinderlijke gedachten in het fossiel achter zich gelaten.

Het is mogelijk dat het proces de volgende keer herhaald of via de minuten tijdlijn versterkt moet worden. Een besluit als dit wordt, hoe krachtig het ook is, toch getorpedeerd door gewoontegedrag. Het fossiel zal toch nog even blijven brullen.

Ik zie haar over een halve week weer en dan hoor ik wel wat er gebeurd is.

Uit: ‘Brigitte, van anorectische schaduw tot veroveraar’

 

Valeries geheime bewustzijn (sessieverslag & interventie) 

Valerie was vijfentwintig jaar toen ik haar leerde kennen. Ze kwam bij me met de klacht dat ze helemaal niet deugde en dat ze niet wist hoe ze verder moest. Ze was net ontslagen als winkelmeisje bij een banketbakker. Steeds werd ze ontslagen omdat ze niet in een team paste, zo vertelde ze. Dit was al de vijfde keer. Het had allemaal geen zin meer. Ze deugde gewoon niet. Ze kon niet eens een gewone sollicitatiebrief schrijven, vond ze. Ze had haast geen opleiding en kende te weinig woorden om een goede brief te schrijven. Haar toekomst was een groot zwart gat. Tijdens het eerste gesprek viel een aantal uitingsvormen direct op. Ze sprak volwassen Nederlands met een gewone woordenschat, maar viel soms terug in het onhandige gedrag van een klein kind dat zich verdedigen moet tegen iets wat niet zichtbaar is.

In de daaropvolgende sessies kwamen herinneringen uit haar onbewuste naar voren. Alsof het heel normaal was, vertelde ze dat ze als vierjarige door haar vader op zaterdag zes tot acht keer een drukke winkelstraat met veel verkeer over moest steken om bij de supermarkt boodschappen voor hem te doen. Steeds moest ze één ding kopen, afrekenen, thuisbrengen en dan het volgende halen. Op haar vijfde jaar realiseerde ze zich dat haar vader haar dood wilde hebben.

Haar moeder reageerde niet op wat zij allemaal deed. Ze moest zelf alles voor school doen. De middelbare school regelde ze zelf en de daaropvolgende mbo opleiding ook. Ze loog over haar leeftijd, had als twaalfjarige een krantenwijkje en verspreidde ook folders. Als ze iets leuks voor zichzelf gekocht had, werd daar minachtend op gereageerd. Haar vader schiep er een behagen in haar te kleineren. Zo ontwikkelde Valerie een geheim leven. Als ze nieuwe kleren gekocht had, borg ze die in haar kast op en wachtte een paar weken voordat ze deze ging dragen.

Met negentien jaar ging ze uit huis en trok tijdelijk in bij een van haar vrienden. Opmerkelijk was dat Valerie zich nergens voorstellingen van kon maken of beelden kon oproepen. Het was een buitenkind dat uren op het strand kon lopen of in de duinen. Maar ze kon geen beelden oproepen hoe het er daar uitzag. Ze kon zich nergens voorstellingen van maken.

Al snel na onze kennismaking kreeg ze werk op een klein servicekantoor. Daar gebeurde veel. Haar belevenissen over haar functioneren klopten niet met haar verhalen over haar werk en over zichzelf. Ze had een totaal vertekend beeld van zichzelf. Ze deed de dingen veel beter dan ze dacht dat ze deed. Dat ging zelfs zover dat ze zich voorgenomen had om economie te gaan studeren aan de universiteit. Ze schreef zich in en volgde de opleiding zonder problemen. Intussen hield ze vol dat ze niets kon, niets begreep en alles fout deed. Regelmatig verscheen ze gehuld in zak en as. Dan had ze weer wat fout gedaan en zou wel weer ontslagen worden. Uit het gesprek dat volgde, bleek dat ze problemen op haar werk zelf perfect oploste. Ze klom op in haar positie op haar werk tot ze niet verder kon doorgroeien. Ze solliciteerde bij een groter bedrijf, werd daar aangenomen op een middenkaderpositie tussen de managers.

Op een avond reed ik van mijn praktijk in Haarlem naar huis, in Leiden. De laatste sessie was met Valerie geweest. In trance had haar systeem bevestigd dat ze eigenlijk niet veel waard was. Eigenlijk stelde het allemaal niet veel voor wat ze deed. Er klopte iets niet. En soms heb je van die ingevingen waarin ineens de jackpot valt. Vanaf klein kind al leidde ze een geheim leven. Daar had ze structuur in aangebracht. Veel rookgordijnen en een grote verzameling maskers. Ze was daar zo in getraind dat ze deze zelfs in trance trachtte te gebruiken, maar dat ging weleens fout.

Bij de volgende sessie legde ik mijn vermoeden voor aan haar systeem. Ik complimenteerde het met zijn strategie. Vanaf haar vierde jaar zorgde het al goed voor haar door een geheim leven voor haar te organiseren achter een muur van zelfonderschatting. Ik vond dit een unieke structuur van haar positieve en verzorgende deel van haar systeem. Door haar alsmaar voor te houden dat Valerie een mislukkeling was, kon hij alles goed voor haar regelen zonder dat zij aan anderen, maar ook aan haar eigen innerlijke negatieve deel kon verraden dat het goed met haar ging. Toen ik dit allemaal, aan Valeries systeem vertelde, terwijl Valerie zelf in een diepe trance was, behield deze een pokerface. Ik vroeg of hij begreep wat ik allemaal gezegd had en Valeries hoofd knikte. Ik moet bekennen dat dit best een spannend moment was, want je kunt natuurlijk allerlei theorieën opbouwen, maar daarmee hoeven ze nog niet te kloppen. Er gebeurde niets. Ik ging door met mijn hypothese uit te leggen. Hij zou ervoor gezorgd hebben dat ze steeds zou denken dat ze zich geen voorstellingen kan maken, maar ze kan het wel, anders zou ze haar studie niet zo makkelijk kunnen volgen. Ze mag zich geen voorstellingen maken om het verleden te moeten vergeten. Om niet meer te zien wat een klein meisje van vier dat in paniek de straat over rent allemaal aan bedreigends gezien heeft. Valeries gezicht ontspande langzaam en de tranen stroomden voor het eerst over haar wangen. Na een tijdje vroeg ik haar systeem of het alleen maar wilde bevestigen of ontkennen of ik het goed ingeschat had. Wachten duurt lang, zeker als het om zoiets belangrijks gaat. Maar toen volgde een aantal hoofdknikken en trok een grote grijns over Valeries gezicht.

Dit soort cadeautjes heb je als therapeut nodig om steeds betere inzichten te kunnen krijgen in dieper gelegen structuren; om alert te kunnen zijn op uitzonderingen die voor die ene persoon van cruciaal belang zijn.

 

Valerie woonde al twee jaar in hetzelfde huis, maar kon geen beschrijving geven van haar voordeur. Zelfs niet of deze naar links of rechts open ging. Pas door haar in trance de deur motorisch te laten openen  konden we vaststellen waar het slot en waar de scharnieren zaten.

Ze maakte iedere dag een strandwandeling van ongeveer een uur. Die gewoonte heb ik aangegrepen.  Eerst kreeg ze de opdracht om naar de boulevard te kijken als ze bij een trap vanaf het strand naar de boulevard stond . En daarna ook naar de vuurtoren. Opmerkelijk was dat ze, als ze haar ogen daarna sloot, de beelden volledig kwijt was. 

Tijdens trance liet ik haar met haar voeten in de branding staan en naar haar voeten kijken.

Th.:    “Vertel me wat je ziet als je zo naar je voeten kijkt.”

Cl.:      “… … Ja ze staan op het harde zand en het water golft er omheen.”

Th.:    “Voel eens aan je voeten hoe dat water daaromheen gaat.”

Cl.:      “… … … Nee, ik voel niets. Maar ik zie het denk ik wel … .”

Th.:    “Wat bedoel je met dat je denkt het wel te zien?”

Cl.:      “Nou ik weet dat mijn voeten daar beneden zijn en ik zie het zand en de golven. … … Dat zie ik vaak als ik zo loop. … ”

Th.:    “Oké. Zou je nu eens een paar stappen richting de boulevard willen lopen, en kijk steeds weer naar je voeten.”  (In gedachten zet ze een paar stappen)

Cl.:      “… Ik loop van het harde zand naar het mulle zand.”

Th.:    “Welke kleur heeft het zand als het nat is en als het droog is?”

Cl.:      “…. Bruinig als het nat is … … en geelachtig als het droog is.”

Th.:    “Wat zie je aan je voeten in het mulle zand?”

Cl.:      “… Niks bijzonders.”

Th.:    “Wat voel je aan je voeten?”

Cl.:      “… Niks bijzonders.”

Th.:    “Is het zand er vlak, of bolt het een beetje onder je voet? Zakt je voet er een beetje in weg? Of spoelt het er overheen?”

Cl.:      “… … Ja nu je het zegt. M’n voeten zakken een beetje erin weg en het zand ligt een beetje over mijn tenen.”

Th.:    “En hoe is het als je naar de trap loopt die bij de boulevard uitkomt?”

Cl.:      “Het blijft droog zand. … Soms zakken m’n voeten wat dieper weg. ”

Th.:    “Ervaar je ook dat je meer inspanning moet doen?”  (Ik vervang het woord voelen voor ervaren.)

Cl.:      “Ja. … Het gaat moeilijker. ”

Th.:    “Hoe is de temperatuur van het zand?”

Cl.:      “… Warm maar wel prettig.”

Th.:    “Het voelt prettig?”

Cl.:      “Ja . … Het voelt goed.”

Th.:    “Waar voel je dat vooral?” 

Cl.:      “… Onder aan m’n voeten… Daar is het zelfs heet.”   (ze geeft nu wel aan dat ze voelt. Wellicht is het niet voelen een gebod. Ze mag niet voelen maar doet het toch.)

Th.:    “Oké. … Als je bij de trap bent wil je dan halverwege beschrijven wat je om je voeten heen ziet?”

Cl.:      “Onder mijn linkervoet zit zand, net als daaromheen. … Mijn rechtervoet staat op dun zand en beton.”

Th.:    “Is er verschil in temperatuur tussen zand en beton?”

Cl.:      “Het beton voelt warmer.”  (weer het woord voelt)

Th.:    (Ik herhaal haar woorden niet, om het woord voelen niet te benadrukken) “Zou je nu eens helemaal naar boven willen gaan? En als je daar bent beschrijf dan eens de ondergrond onder je voeten.” (directief)

Cl.:      “… Dat zijn straattegels met zand.”

Th.:    “Goed. … En kijk eens naar die straattegels die voor je voeten liggen?”

Cl.:      “… Ja . … Daar ligt ook wat droog zand op.”

Th.:    “Oke. … En kijk nu eens tegelrijtje voor tegelrijtje steeds verder voor je voeten. Wat zie je dan?”

Cl.:      “… Ja allemaal tegels met wat zand. … Naar het duin toe meer zand dan naar de weg.”

Th.:    “En ga eens door met  verder voor je uit te kijken naar de tegels tot aan de horizon. … Hoe gaat dat?”

Cl.:      “… Ja de tegels vervagen en het wordt een trottoir met een trottoirband en de rijweg.”

Th.:    “En ga maar verder. Steeds iets verder omhoog.”

Cl.:      “… Ik zie auto’s langs de stoeprand. … Gebouwen rechts daarvan … en in de verte de vuurtoren.”

Th.:    “Welke kleuren heeft die vuurtoren?”  (ik wil een specificatie.)

Cl.:      “… Rood en wit.”

Th.:    “En hoe is de bovenkant.”

Cl.:      “ Een soort koepel. … Deels van glas.”   (Het klopt)

Th.:    “Goed. … Kijk er goed naar. … Kijk daar goed naar..”  Ik wil weten wat er gebeurt; hoe lang ze het beeld kan zien en of we verder kunnen gaan met voorstellingen maken van een werkelijkheid)

Cl.:      “Ja … .” (ineens schudt ze haar hoofd en opent haar ogen.)  “… Het is weg. … … Ik kan het niet meer terugvinden.”

Th.:    “Geeft niet. … Belangrijkste is dat je aangetoond hebt dat je het wel kunt. … Beelden uit de werkelijkheid oproepen. … Maar er is een logische reden die ervoor zorgt dat je geen voorstellingen mag maken.”

In volgende sessies oefenden we om bedreigende beelden uit haar vroege kinderjaren een andere betekenis te geven. Die betekenis was zij zelf. Zij mocht zich trainen in het beheersen van angsten. Aanvaarden dat zij een aangeboren talent heeft van waaruit zij zichzelf veilig kon stellen. Vanaf haar vijfde jaar heeft ze dat gedaan, wellicht al tijdens haar vierde jaar door al die honderden keren dat ze die weg over moest steken, dat goed te doen.

Om het verhaal van Valerie af te ronden: na nog een klein jaar met de behandeling doorgegaan te zijn, op basis van een of twee sessies per maand, is ze zich nu van haar kunnen bewust. Ze mag er van zichzelf zijn en hoeft niets meer te verstoppen. Ze kan zich voorstellingen maken van dingen die er niet zijn en heeft het verleden andere betekenissen gegeven. Ze is nu moeder van een dochter van 7 jaar. Haar ouders leven nog, maar daar heeft ze niets meer mee. Ook geen wrok of afkeer. Ze heeft ze tot vreemden verklaard.

 

Marloes en de beleving van boulimia

Met Marloes ben ik de oceaan overgezwommen; door haar heb ik alle verschrikkingen van boulimia mee mogen beleven. Haar machteloosheid en radeloosheid, haar gevecht en wanhoop als ze weer van haar innerlijke tegenstander verloor, stimuleerden me door te gaan en steeds effectievere middelen te zoeken die haar konden helpen. Haar soms diepe depressies en gelijktijdige hunkering te willen leven en te veroveren; er te mogen zijn voor zichzelf en wat te mogen betekenen voor anderen, toonden een gevecht tegen een vernietigende innerlijke kracht. Vanuit de klassieke psychologie viel veel van haar gedrag te verklaren. Maar ik miste de essenties van haar drijfveren die tot haar gedrag leidden. Als zoeker naar de dingen achter de dingen, de werkelijke veroorzakers van gedrag, vond ik geen antwoorden in de vakliteratuur over eetstoornissen. Ook de theorieën die ik had geleerd in mijn opleiding tot hypnotherapeut en NLP-therapeut en vanuit de Rationeel Emotieve Therapie, de Transactionele Analyse en de Psychosynthese gaven geen antwoord op mijn waarnemingen.

Marloes was deelgenoot van een vriendennetwerk van mijn zoons. Zo kwam ze met mij in contact.

Ze kwam samen met haar moeder. Binnen een paar minuten gebeurde er iets wonderlijks. Het negentienjarige meisje veranderde in haar gedrag in een heel jong kind. Ze zakte in de stoel onderuit. Met haar wijsvinger wikkelde ze pijpenkrullen in haar blonde krullende lange haren en in de momenten dat ze luisterde, zoog ze als een klein kind intensief op haar duim. Dit gedrag was een van haar kenmerken. Ze zweefde spontaan tussen verschillende leeftijden van een heel klein kind tot een ernstig piekerende volwassene. De veranderingen daarin waren onvoorspelbaar en wisselden elkaar soms snel af.

Marloes was een leermachine. Ze was consciëntieus, plichtsgetrouw en prestatiegericht. Met vier tienen, een negen en een acht was ze van het gymnasium gekomen. Die acht was zo vernederend geweest dat ze zich letterlijk plukken haren uit haar hoofd had getrokken. Uit het eerste gesprek bleek al hoe afhankelijk ze van haar moeder was. Haar leven lang had ze haar moeder in de gaten gehouden. Toen ze op de middelbare school zat, racete ze in de middagpauze op haar fiets naar huis om te controleren hoe het met haar moeder was.

Tijdens deze eerste sessie bekende Marloes dat de werkelijkheid van haar vreetbuien anders was dan ze me eerder verteld had. Ik had het verkeerd begrepen. Ze had bijna iedere dag vreetbuien, soms wel meerdere keren per dag.

Voordat ik ergens aan begin, wil ik inzicht hebben in wat er van me gevraagd wordt. Natuurlijk, zij wilde van haar probleem af. Maar waar bestaat het probleem uit? Wat moet er veranderd worden? Vanuit mijn denken en opleiding is het veranderen van het gedrag onvoldoende. Je moet de oplossing zoeken bij de drijfveren. Ik begreep dat een eetstoornis alleen maar compensatiegedrag is, maar waarvan? En wat is overeten, wat is obsessief denken, wat doet dat met je? Welke invloeden zijn er nog meer op het gedrag? Er was veel literatuur, heel breed, maar ook vergaand gespecialiseerd. Maar mijn waarnemingen bij Marloes waren anders.

De antwoorden lagen bij haar. Vanuit de meeste moderne therapieën is dat een uitgangspunt. Je weet dat je door de juiste vragen te stellen meestal wel bij de bron van de klacht komt en hoe je die veranderen kunt. Maar bij mij gingen een aantal alarmbellen rinkelen. Wat wist ik van eetstoornissen? Alleen dat ze de uitingsvorm zijn van complexe processen. Wat moest ik allemaal weten om geen verkeerde dingen te doen?

 

Astrid 

Zoals zoveel van mijn cliënten is Astrid op haar eigen manier bijzonder. Zij is de afspiegeling van mijn motief om met mensen met een eet-, angst dwang- of identiteitsstoornis te willen werken. Vol verrassingen die uit de diepte opwellen. Astrid is zeventien jaar. Tenminste, haar lichaam. Haar gedachten en emoties zwerven onrustig in leeftijden tussen, laten we zeggen, de prepuber en een rijpe vrouw in. Ze zoekt de koestering van een kind, het avontuur van een wereldveroveraar en intellectuele voeding van een geletterde. Ze speelt als een intrigante en verandert via een aanminnig clowntje in een wanhopige gevangene van haar eigen dictatoriale gezag. Bij alles blijft ze de Astrid die al deze persoonlijkheden in zich draagt.

Vanavond zat ze weer gevangen in een uitzichtloze toestand. Ze was daar de laatste dagen geleidelijk in weggezakt en kon niet aangeven wat de reden was.

“Je moet niet denken dat ik vanavond iets ga doen”, begeleidde ze de begroeting na een reis van bijna anderhalf uur. “Ik heb nergens zin in, en je hoeft ook geen moeite te doen om me over te halen.”

Voor mij is duidelijk wat hier gebeurt. Ik moet het vanavond opnemen tegen haar Innerlijke Dictator, die haar wel naar de behandeling laat komen, maar aankondigt met mij in gevecht te gaan. Daar tegenin gaan is niet handig. Ik ken inmiddels dit soort reacties wel. Met de schoenen uit, haar voeten dicht tegen zich aan op haar fauteuiltje en haar kin op haar knieën staarde ze passief voor zich uit.

Ik schonk een glas water voor haar in, zocht de kopjes en glazen van die ochtend- en middagsessies bij elkaar en bracht die naar het keukentje. Daarna verzorgde ik de planten, zocht een paar cliëntendossiers bij elkaar en belde naar huis dat ik eerder thuis zou komen.

Provoceren helpt soms bij dit soort systemen. Een van de kenmerken van zo’n systeem is dat het zeer normerend is en prestatiegericht. Hier veroorzaakte hij een ontspanning bij me die hij helemaal niet beoogde. Hij wilde strijd leveren en geen gelanterfant zien. De onrust groeide bij haar. “Denk je dat je mij hiermee hebt?” vroeg ze poeslief. Ik ontkende dat ik dat dacht. Ik wilde mijn tijd alleen niet verloren laten gaan. Ik reageerde rustig, want waarom zou ik boos op haar worden? Ik wist immers welk proces gaande was. Maar ik laat me mijn tijd niet hierdoor afnemen en dat legde ik haar uit.

“Rob”, zei ze ineens op een heel besliste toon, “ik wil dat je hier iets tegen doet!”

Dat hoefde niet meer, ze had het zelf al gedaan. Ze had verzet geboden tegen het systeem waarin ik het karakter van een Innerlijke Dictator herken.

Het ontstaan van deze Innerlijke Dictator in Astrid is logisch. Net zo logisch als dit patroon in het systeem van al mijn cliënten ligt. Er was bij al deze mensen geen andere mogelijkheid of hij moest ontstaan.

De dingen gebeuren immers omdat aan alle voorwaarden wordt voldaan om ze te laten gebeuren, en dan kan het niet anders zijn dan dat ze gebeuren.

Uit: ‘Ik zal stil naar je luisteren’

 

Marian en Future Pacing

Marian was een achttienjarige ernstige boulimia patiënte. Bijna iedere avond overat ze zich zo ernstig dat ze vaak met een kussen voor haar mond op de grond lag te kermen van de buikkrampen door het vele eten. Vaak werd ze dan ’s ochtends nog gekleed op de grond of op bed uitgeput wakker. Om te verbranden douchte ze dan, zomer en winter, een halfuur onder de koude douche. Ze kleedde zich nat aan en fietste dun gekleed anderhalf uur door de stad voor ze naar de universiteit ging die zich op een afstand van twee kilometer van haar woning bevond. Tussen de colleges door rende ze de trappen op en af,’s middags fietste ze opnieuw veel, en daarna studeerde ze tot half tien om dan weer in een vreetbui te vervallen. Ze was een half jaar bij me in behandeling, waar vage veroorzakers zich hadden aangediend. Ze had twee kanten in zich. De ene was de waakzame, bewuste, en de ander de onbewuste. De eerste was een fantasieloze primitieve en volgzame ‘leermachine’ die alles onder controle had. De tweede een leeftijdloze wijsgeer, met een ongebreidelde fantasie. Diens leeftijd varieerde van een peutertje tot een zeer wijze, sterk metaforisch belevende vrouw.

Marian had momenten van ernstige radeloosheid, waarin ze zichzelf volkomen kwijt was. Dan veranderde het beschaafde teruggetrokken meisje in een wild beest dat je plotseling kon aanvallen en in staat was impulsief een einde aan haar lijden te maken. Dat was al twee keer gebeurd, gelukkig zonder dat ze haar doel bereikt had.

Ze zag de behandeling niet meer zitten. Ze had er al meerdere achter de rug. Niets hielp en ze zou het zelf gaan doen. Ik stelde voor een test te gaan doen met de Future Pacing, een oefening die we al eens eerder gedaan hadden.

De Future Pacing is een geleide blik in de toekomst door steeds aan het onbewuste van de persoon te vragen wat de logische gevolgen zijn van een keuze. Daarbij worden eerst korte stappen naar de toekomst gemaakt, waarbij op termijn steeds grotere tijdsperiodes worden overgeslagen. De methode heeft vele overeenkomsten met het schrijven van het Levensscript uit de Transactionele Analyse. Het onbewuste volgt de logica van de gedrags- en belevingsstructuur van de persoon, gebaseerd op de te onderzoeken vraag. De eerste vraag was wat er zou gebeuren als ze zou stoppen met de behandeling. Stap voor stap werd duidelijk hoe haar toekomst zou worden ingevuld. Ze zou stoppen met studeren en gaan werken, op kamers gaan wonen en zich isoleren. Na anderhalf jaar werkte ze in een magazijn van een bedrijf waar ze zendingen moest inpakken. Het allereenvoudigste werk. En iedere avond kwam er wel een collega die een taart of iets dergelijks bracht. Dan moest ze uit de kleren en de collega seksueel vermaken. Iedereen op het werk wist dat. Ze had zich bij die reputatie neergelegd en het contact met de familie verloren.

Terug in de werkelijkheid vond ze dit geen optie.

Tweede keuze. Doorgaan met de behandeling. Dat proces werd weer eerst in kleine stapjes en daarna in steeds grotere stappen doorgenomen. Het eindigde dat ze in een dwangbuis op een bed vastgebonden lag en platgespoten was.

Ook dit was geen optie. Maar wat dan wel?

Opnieuw in trance. Terug naar haar fantasiedorpje waar haar persoonsdelen woonden en zij als de vorstin zogenaamd leiding gaf. De echte leiding lag echter bij een ander deel: zwartkijker, haar Innerlijke Dictator. Het was stil. Ze reageerde op geen enkele vraag van me of aanmoediging om iets te laten gebeuren. Ineens opende ze haar ogen, strekte zich en keek me ontspannen aan. “We hebben een besluit genomen”, vertelde ze, “een fietstocht van zes weken. We gaan in de vakantie een fietstocht houden met een paar vriendinnen en mijn moeder”. Dit hadden haar persoonsdelen in een geheime vergadering besloten.

Het was een keuze die ik nooit had kunnen bedenken. Ik heb haar toestemming gegeven, hoe kon ik anders. Maar wel met zeer ernstige bedenkingen. Binnen een aantal weken had ze voldoende vriendinnen gevonden en met haar moeder gepland om zes weken lang te ontspannen. Na die zes weken zijn we weer doorgegaan en vond ze steeds meer nieuwe hulpbronnen om zich van het overeten en de slankheidsobsessie los te maken.

 

Twee meisjes die zichzelf vonden

Een 18jarig suïcidaal en anorectisch meisje vond dat ze het leven niet waard was. Ze was iedereen tot last. Gaandeweg de behandeling om zichzelf te kunnen worden, begon ze met de studie aardkunde. Na verloop van tijd ontdekte ze: als je de processen van de aarde wilt begrijpen, moet je de kosmos begrijpen. Ze verdiepte zich daarin. Weer verder in haar ontwikkeling ontdekte ze dat als je de kosmos wilt begrijpen, je jezelf en de werkelijkheid moet begrijpen. Naast de bestudering van de aarde en de kosmos, ontwikkelt ze nu de filosoof in zichzelf; het zoeken naar de meerwaarde van de werkelijkheid.

Een 22jarige boulimische studente internationaal recht, die al anderhalf jaar in behandeling was, was op vakantie in Mexico. Daar ontmoette ze een student economie. Hij toonde haar de armoede in de gehuchten uit zijn omgeving. Bij een gezellig drankje kwamen ze op het idee om eens een paar hutjes te bouwen waarin rijke Amerikanen het dorpsleven in de wildernis kunnen proeven. Ze deden er een jaar over om het geld bij elkaar te brengen en vier huisjes te laten bouwen door de dorpsbewoners. Het verschil was dat de huisjes er van buiten net zo uitzagen als de andere huisjes, maar van binnen toch iets meer comfort boden zoals een echt geciviliseerd toilet en douche en een iets beter bed. De rest van de inrichting was authentiek. De Amerikanen leefden als de dorpelingen, kregen heel veel ervaringen, ondergingen vele voor hen onbekende avonturen en maakten daar bij thuiskomst een status van. Om een lang verhaal kort te houden: nu, zes jaar later, zijn er meer dan twintig van deze huisjes over meerdere bij elkaar gelegen dorpen verspreid en hebben de bedrijfjes daar vernieuwingen ondergaan, er is een schooltje, er zijn badhuizen, een dokterspost en een ambulance naar een ziekenhuis verderop. Initiatiefneemster: een meisje met een eet- en identiteitsstoornis, die zichzelf niet de moeite van haar bestaan waard vond. Nu is zij een inspirator en een wereldveroveraar.

 

Alle rechten voorbehouden. Geen aansprakelijkheid op de getoonde inhoud van deze website.