Behandeling Behandelvisie

De behandelvisie van IMET

IMET heeft een geheel eigen visie ontwikkeld, waarop de behandeling gebaseerd is. De visie van IMET omvat gedachten over het ontstaan en het voortbestaan van eet-, angst-, dwang- en identiteitsstoornissen, en andere vormen van verlies van grip op zichzelf en de samenleving, en over de manier waarop deze het best behandeld kunnen worden. Enkele ideeën van andere behandelaars en onderzoekers hebben een rol gespeeld bij het ontstaan van deze visie.

 

Systeem van de cliënt centraal

Innerlijke veiligheid

Veroorzakers en instandhouders

Gedifferentieerd denken en voelen

Belemmerend persoonsdeel

Weerstand

Schuldigheid

Voorwaarden voor een goede behandeling

 

Systeem van de cliënt centraal

Bij IMET staan niet de methodieken van de behandelaars centraal in de behandeling, maar de cliënt en haar systeem. Met het systeem van de client bedoelen we bij IMET het geheel van het concept van de client en haar gedachten, emoties en gedrag en hoe deze op elkaar inspelen. Invloed vanuit de sociale omgeving van de client maakt hier ook onderdeel van uit. Binnen IMET is ruimte voor toepassing van een breed scala aan effectief bevonden methodieken, afgestemd op het systeem van de cliënt. Het persoonlijke gedachte-, invoel- en ervaringssysteem van de behandelaar voegt zich zo goed mogelijk naar dat van de cliënt. De kilo's die een lijder aan anorexia erbij moet krijgen, hebben voor haar een totaal andere betekenis dan de kilo's die de behandelaar voor zichzelf zou ervaren. Elke lijder aan anorexia kan aan kilo's gewicht vanuit haar eigen zeer genuanceerde systeem een andere betekenis geven. Het is aan de behandelaar om bij elke cliënt die unieke en vaak net iets andere betekenis vast te stellen en als enige juiste criterium in de behandeling toe te passen. Dit principe geldt voor alle betekenissen die cliënten aan begrippen toekennen. De acceptatie van deze nuancering in de beleving van de cliënt en het werken daarmee, is mede oorzaak van de grote effectiviteit van de behandeling.

Innerlijke veiligheid

De behandeling bestaat uit het volgen en leiden van de cliënt. Doel is de oorspronkelijke kwaliteiten van de persoon weer volledig tot ontwikkeling te krijgen. De gedachte daarachter is, dat wie zijn eigen persoonlijkheid mag hebben, geen noemenswaardige innerlijke conflicten meer heeft. Dat geeft de grootst mogelijke en onafhankelijkste veiligheid. Deze onafhankelijkheid van de omgeving en deze innerlijke veiligheid hebben geen compensatiegedrag nodig om het bestaan te rechtvaardigen of aanvaardbaar te maken.

Veroorzakers en instandhouders

IMET is van mening dat eet-, angst-, dwang- en identiteitsstoornissen nauw aan elkaar verwant zijn en dezelfde soort veroorzakers en instandhouders hebben. Achter het symptoom van bijvoorbeeld ongeordend eetgedrag, ligt een specifieke vorm van dwanggedachten en dwanghandelingen. En deze dwanggedachten en -handelingen vinden hun oorsprong weer in angst en onzekerheid. En achter deze angst en onzekerheid ligt een verstoord ontwikkeld zelfbeeld; een verstoorde identiteitsbeleving. Dit proces van een verstoorde identiteitsbeleving tot aan het verstoorde gedrag, kent een oneindig scala aan individuele processen die uiteindelijk uitkomen bij de specifieke klacht zoals: smetvrees, sociale angst, paniekaanvallen, eetstoornis, stotteren en ongecontroleerde fantasieën. Door de effecten van het vaak hinderlijk afwijkende gedrag, trekt dit gedrag nagenoeg alle aandacht naar zich toe. Daardoor worden een aantal andere symptomen of veroorzakers niet waargenomen en worden deze vaak niet behandeld. Het behandelen van deze soms verborgen veroorzakers en symptomen is echter van wezenlijk belang bij het herstelproces van de persoon. De veroorzakers en de gevolgen zijn vaak zowel van biologische als psychologische en sociaal-maatschappelijke aard. Eetstoornissen behoren tot de meer complexe stoornissen, waarbij de biologische processen een grote rol spelen. De lichamelijke conditionering vormt een extra belastende factor.

Gedifferentieerd denken en voelen

Een van de meest verwaarloosde kenmerken van de lijder aan een eet-, dwang- of angststoornis is diens bijzondere manier van gedifferentieerd denken en voelen ten opzichte van de opvoedende omgeving. Dat gedifferentieerde denken wordt soms nog wel waargenomen en gekenmerkt als intelligentie. Het bijbehorende gevoel wordt meestal ontkend door de cliënt. De persoon heeft daar een sterke dissociatie (afstandelijkheid) naar ontwikkeld. Die dissociatie is het gevolg van onbegrip door de omgeving. In zo'n geval kan iemand een alternatieve beleving krijgen, die nauwelijks door hem of haar van een werkelijke beleving te onderscheiden is. De buitenwereld beschouwt deze belevenissen als fantasieën, waar de persoon maar eens mee moet ophouden. Toch zijn deze belevenissen een noodzakelijk deel van de overlevingsstrategie. Zij zijn vergelijkbaar met de prestatiedrang van diezelfde persoon en diens obsessieve gedachten en gedragingen. Al deze factoren samen vragen om specialistische kennis bij een behandeling. Om aan deze specialistische kennis te voldoen, past IMET zowel de klassieke als de moderne psychotherapeutische technieken en -methoden toe. IMET maakt ook gebruik van haar positie dat zij niet gebonden is aan tradities in behandelvisies en -vaardigheden. De behandelaars kunnen al vanaf het begin geselecteerd worden op grond van de door haar gekozen behandelstrategieën en worden verder opgeleid in het behandelen van mensen met eet-, angst-, dwang- en identiteitsstoornissen. Een van de kernstrategieën is flexibiliteit in methodieken en de beheersing van een breed scala daarvan. Daarmee wordt ingespeeld op de grote verschillen waarmee cliënten op methodieken reageren. De effectiviteit van deze benadering is daarom zeer groot. De behandelmethodes en -technieken zullen steeds worden getoetst op hun kwaliteit en effectiviteit.

Belemmerend persoonsdeel

De eigen zienswijze van IMET over de uniciteit van de cliënt en het mechanisme dat tot de stoornis leidt, loopt voor een belangrijk deel parallel met de zienswijze van de Canadese eetstoornistherapeut Peggy Claude-Pierre. Zowel deze therapeut als IMET verklaren het moeilijk veranderbare gedrag vanuit een belemmerend innerlijk persoonsdeel in de patiënt. In feite gaat het hier om een verstoord innerlijk regelsysteem. IMET noemt dit verstoorde systeem de Innerlijke Dictator. Peggy Claude-Pierre heeft het dan over de innerlijke negativist (beide niet te verwarren met de innerlijke criticus). Vanuit dit verstoorde systeem, of persoonsdeel, wordt de dwang voortdurend instandgehouden of vindt terugval plaats. Zolang dit persoonsdeel actief is, zijn veranderingen bij de persoon onbestendig en onbetrouwbaar. Het belemmerende effect van dit deel is al direct merkbaar in het begin van het behandelproces en beïnvloedt dit proces doorlopend. Behandeling van de klacht heeft dan ook pas zin als de belemmerende invloed van dit deel, één van de belangrijkste instandhouders van de klacht, opgelost is.

Weerstand

IMET hanteert de aanname dat de cliënt die vrijwillig in behandeling gaat, van haar probleem af wil. Elke weerstand die de cliënt echter tijdens de behandeling oproept is een logische reactie uit haar systeem. Dit systeem zoekt op onbewust niveau steeds naar optimale veiligheid, en deze veiligheid lijkt vaak in strijd te zijn met het doel van het probleem af te komen. Het is aan de behandelaar om de cliënt zoveel veiligheid te geven, dat ze de zekerheden van het vasthouden aan oude overtuigingen durft los te laten. Pas dan durft zij ook te veranderen, en opent ze mogelijkheden voor nieuwe denkbeelden, ervaringen en overtuigingen.

Schuldigheid

De visie van IMET biedt geen ruimte aan begrippen als schuldigen, beschuldigingen, belonen en bestraffen. Daarvoor in de plaats hanteren we de neutralere begrippen veroorzakers en consequenties. Om probleemoplossend bezig te zijn, is het ineffectief om steeds uit het gebied van de doelstellingen te stappen om oplossingen te vinden, en in het gebied te stappen van criteria van schuldigheden. Immers, om te kunnen beschuldigen, moeten criteria worden vastgesteld: wanneer is sprake van schuld, hoe schuldig is het, zijn er verzachtende omstandigheden, enz.? Criteria zijn subjectief en daarom altijd arbitrair. Dit soort criteria leidt af van het vinden van oplossingen. Deze stelling impliceert niet dat we veroorzakers ook altijd goedkeuren. Ingeval sprake is van mishandeling, staat het slachtoffer met haar beleving van de gebeurtenis centraal. De dader wordt er alleen bij betrokken als dat voor het behandelproces van belang is. Niet de gebeurtenis staat centraal, maar de beleving daarvan. Criteria over schuldigheden binden het slachtoffer vaak onnodig lang en hevig aan emoties, waardoor oplossingen in de belevingen en in de omgang met het probleem worden bemoeilijkt. Belonen en bestraffen in behandelingen is improductief. Het beschadigt het zelfrespect en de integriteit van de persoon, en verbetert de bestaande innerlijke overtuigingen niet. Het is effectiever om de vermogens van de cliënt aan te spreken, de goede kwaliteiten te versterken en de ervaringen en overtuigingen – op basis van deze vermogens – te veranderen. Veranderingen zijn het effectiefst wanneer deze optimaal aansluiten bij het systeem van de persoon.

Voorwaarden voor een goede behandeling

Een goede behandeling voldoet volgens IMET aan de volgende voorwaarden:

  • de cliënt geeft de hoogste prioriteit aan de behandeling;

  • er is een groot wederzijds vertrouwen en respect tussen cliënt en behandelaar;

  • de behandeling is gebaseerd op een persoonlijk gericht behandelplan, maar biedt ook ruimte om situatief op ontwikkelingen in te spelen;

  • de behandelaar heeft een goed inzicht in de basisstructuren van de veroorzakers en instandhouders van de aandoening. Hij of zij heeft een groot inlevingsvermogen en kan de eigen criteria loslaten;

  • de cliënt wordt als een waardige volwassene behandeld (ook kinderen op hun natuurlijke niveau), met recht op privacy en op kennis over de toe te passen behandelmethode;

  • de omgeving werkt mee aan het veranderingsproces bij de cliënt;

  • de leefsituatie van de cliënt wordt zo min mogelijk verstoord. Bij terugkeer in de oude omgeving en situatie na een eventuele opname, wordt de begeleiding optimaal op deze verandering afgestemd;

  • de cliënt krijgt de tijd en de ruimte om de veranderingen in het denken en voelen echt om te zetten tot eigen onderbouwde argumenten en natuurlijke gevoelens en reacties.

 

Lees hier meer over de inhoud van de Mentaal-Emotieve Training.

 

 

Alle rechten voorbehouden. Geen aansprakelijkheid op de getoonde inhoud van deze website.